a.s.r. verontschuldigt zich voor directe rol in slavenhandel
Utrecht, dinsdag, 30 juni 2026.
Verzekeraar a.s.r. heeft op 30 juni 2026 formeel excuses aangeboden na eigen onderzoek naar het koloniale verleden van haar rechtsvoorgangers. Het meest schrijnende resultaat: Stad Rotterdam sloot tussen 1720 en 1802 236 polissen op 167 transporten van tot slaaf gemaakte mensen. Het onderzoek concludeert dat deze verzekeringen de slavenhandel financieel mogelijk maakten en dat andere voorgangers betrokken waren bij opiumhandel en dwangarbeid op koffie- en suikerplantages in Indonesië. CEO Ingrid de Swart noemt de bevindingen een pijnlijke bladzijde en biedt namens a.s.r. excuses aan. De verzekeraar wil nu dialoog starten met nazaten en betrokken groepen voordat concrete herstelmaatregelen of vergoedingen worden voorgesteld. De stap zet een landelijke discussie in gang over verantwoordelijkheid van Nederlandse financiële instellingen voor het koloniale verleden en kan gevolgen hebben voor reputatie, governance en due-diligence binnen de sector.
onderzoek en excuses
Verzekeraar a.s.r. publiceerde op 30 juni 2026 de uitkomsten van historisch onderzoek naar haar rechtsvoorgangers en bood formeel excuses aan voor hun rol in slavernij en het koloniale systeem [2][3]. Het onderzoek werd tussen 2023 en 2026 uitgevoerd door historisch onderzoeksbureau Stad en Bedrijf in opdracht van a.s.r. en leidde tot de verklaring van ceo Ingrid de Swart dat het een “pijnlijke bladzijde” betreft waarvoor a.s.r. excuses aanbiedt [2][3].
concrete bevindingen over slavenschepen
Het onderzoek toont dat de oudste rechtsvoorganger, Stad Rotterdam, tussen 1720 en 1802 in totaal 236 verzekeringen sloot op 167 transporten van tot slaaf gemaakte mensen [2][3][1]. De onderzoekers concluderen dat deze verzekeringen slavenhandelaren hielpen hun financiële risico’s te beperken en dat de verzekeraar daarmee onderdeel was van het systeem van slavenhandel en er financieel aan verdiende [2][1].
betrokkenheid in koloniaal handelsnetwerk
Naast verzekeringen van slavenschepen beschrijpt het rapport dat andere rechtsvoorgangers van a.s.r. verweven waren met het koloniale systeem in wat nu Indonesië is. Vier rechtsvoorgangers waren langer verbonden met het cultuurstelsel; betrokkenheid omvatte handel in opium en dwangarbeid op koffie- en suikerlocaties, volgens het rapport [2][3][4]. a.s.r. kondigt dialoogsessies aan met nazaten en betrokken groepen voordat zij concrete herstelmaatregelen formuleert [2][3].
nationaal debat en mogelijke gevolgen
De erkenning van a.s.r. voegt zich bij eerdere publieke onderzoeken en openbare excuses door Nederlandse financiële instellingen en zet een bredere discussie in gang over verantwoordelijkheid, herstel en hoe instituten hun geschiedenis presenteren [5][4][1]. Mogelijke gevolgen betreffen reputatie, governance en due-diligence binnen de sector. De precieze maatregelen en financiële consequenties zijn nog onbepaald; exacte uitkomsten kunnen niet worden voorspeld [alert! ‘cannot predict exact policy outcomes’] [2][3].