den haag wil meer migratiepartners buiten de eu

den haag wil meer migratiepartners buiten de eu

2026-06-21 binnenland

Den Haag, zondag, 21 juni 2026.
De Adviesraad Migratie en de Adviesraad Internationale Vraagstukken roepen het kabinet op om in 2026 veel meer partnerschappen te sluiten met landen buiten de EU. Die samenwerkingen moeten niet alleen gaan over terugkeer en grensbewaking. Ze moeten concrete voordelen bieden aan partnerlanden. Denk aan investeringen, handel en legale kanalen voor arbeids- en studiemigratie. De raden leggen nadruk op naleving van internationale mensenrechtenverdragen en op bescherming van migranten. Ze adviseren ook intensievere Europese samenwerking en grotere rol voor regionale organisaties zoals de Afrikaanse Unie. Bedrijven, ngo’s, kennisinstellingen en diaspora moeten actief meedoen. De raden stellen dat zo’n gecombineerde aanpak nodig is om nationale en Europese regie over migratie te versterken en humanitaire risico’s te beperken. Het advies wordt aangeboden aan minister Bart van den Brink. Het document kan invloed krijgen op lopende EU-onderhandelingen met derde landen over migratiebeleid.

den haag: adviesraden roepen op tot meer partnerschappen buiten de eu

De Adviesraad Migratie (AM) en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) adviseren het kabinet in 2026 om aanzienlijk meer partnerschappen te sluiten met landen buiten de Europese Unie. De raden zeggen dat die samenwerkingen niet beperkt mogen blijven tot terugkeer en grensbewaking. Zij pleiten voor concrete voordelen voor partnerlanden, zoals economische investeringen, handel en legale kanalen voor arbeids- en studiemigratie. Het advies werd in Den Haag gepubliceerd en bedoeld voor beleidsmakers op nationaal en Europees niveau [1].

rechten van migranten en betrokken actoren

De raden leggen sterke nadruk op naleving van internationale mensenrechtenverdragen. Bescherming van migranten moet volgens het advies vastliggen in elk partnerschap. De raden noemen ook een bredere opzet van partnerschappen: intensievere Europese coördinatie en een grotere rol voor regionale organisaties, zoals de Afrikaanse Unie. Het advies adviseert daarnaast actieve betrokkenheid van bedrijven, ngo’s, kennisinstellingen en diasporagemeenschappen bij ontwerp en uitvoering van migratieprogramma’s [1].

praktische voorbeelden en bestaande samenwerkingen

Als voorbeeld van concrete samenwerking noemen de raden investeringen en programma’s die onderwijs, werk en sociale voorzieningen versterken in opvanglanden. De Nederlandse ambassades en programma’s illustreren zulke inzet. De Nederlandse steun aan het PROSPECTS-partnerschap in Jordanië verbetert toegang tot onderwijs, werk en sociale bescherming voor vluchtelingen en gastgemeenschappen. Dat programma ondersteunt lokale instituties en water- en sanitatievoorzieningen, en biedt zo een praktisch model voor de door de raden voorgestelde partnerschappen [2][1].

politieke context en mogelijke invloed op europese onderhandelingen

De raden wijzen erop dat een gecombineerde aanpak helpt nationale en Europese regie te versterken en humanitaire risico’s te beperken. Het advies kan relevant zijn voor het kabinet en ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie. De AIV publiceert daarnaast adviezen over EU-vraagstukken en speelt een rol bij beleidsvorming rond de EU-agenda, waardoor het gezamenlijke advies mogelijk gewicht krijgt in lopende onderhandelingen met derde landen over migratiebeleid [1][3].

onzekerheden rond implementatie

Het is nog onduidelijk op welke wijze het kabinet en Europese partners het advies zullen omzetten in beleid. De raden bieden beleidsrichtingen, maar uitvoering vereist politieke keuzes, budgettoewijzingen en overeenstemming met derde landen. Daarom blijft het effect van het advies op korte termijn onzeker totdat het kabinet formeel reageert en concrete voorstellen publiceert [alert! ‘reactie kabinet en EU-partners zijn nog niet gepubliceerd’] [1][3].

Bronnen


migratie partnerschappen