kabinet beloofde stagevergoeding, maar niet het bedrag — wat dat betekent
Den Haag, vrijdag, 3 juli 2026.
Het kabinet wil studenten in mbo, hbo en wo wettelijk recht geven op een stagevergoeding. De maatregel moet onbetaalde stages terugdringen en de toegang tot stages verbeteren. Er komt geen landelijk minimumbedrag. Sectoren en werkgevers mogen zelf de hoogte bepalen. Dat maakt vakbonden en studentenorganisaties nerveus. Zij vrezen symbolische vergoedingen van een paar euro per maand. Minister Rianne Letschert zegt dat een vaste ondergrens stageplaatsen kan doen verdwijnen. De wet bevat wel een optie om later alsnog een minimumbedrag vast te stellen. Naast betaling wil het kabinet betere begeleiding en verplichte stageovereenkomsten in hbo en wo. De plannen gaan deze zomer naar de Kamer. De uitwerking volgt daarna. Verwachte invoering kan nog jaren duren. De meest prangende vraag blijft: zorgt de wet echt voor eerlijke betaling, of verandert alleen de naam van de vergoeding?
wat het kabinet voorstelt
Het kabinet wil in de wet vastleggen dat alle stagiairs in mbo, hbo en wo recht krijgen op een stagevergoeding. Bedrijven en instellingen moeten afspraken maken over betaling, maar er komt voorlopig geen wettelijk minimumbedrag; sectoren en werkgevers bepalen de hoogte zelf. De minister benadrukt dat een vaste ondergrens mogelijk stageplaatsen kan doen verdwijnen en dat de wet ruimte biedt om later alsnog een minimum vast te stellen [1][2][3].
waarom dit nu op tafel ligt
De maatregel reageert op jarenlang wisselende praktijk: veel studenten lopen onbetaald stage, vooral op mbo-niveau. Recente cijfers noemen verschillen tussen onderwijsniveaus en geven aan dat een substantieel deel van mbo-studenten geen vergoeding ontving. Het kabinet koppelt de verplichting aan betere begeleiding en verplichte stageovereenkomsten in hbo en wo om de kwaliteit te verbeteren en toegang tot stages te vergroten [2][1].
reacties van studenten en vakbonden
Studentenorganisaties en vakbonden juichen de wettelijke verankering toe, maar uiten zorgen over symbolische vergoedingen. CNV Jongeren waarschuwt dat bedrijven met een pijnlijk lage vergoeding kunnen volstaan en pleit voor een fatsoenlijk minimum via cao of wet, zodat de verplichting niet leegloopt tot een symbolisch bedrag van een paar euro per maand [4][3].
politieke context en betrokken partijen
Het voorstel is een uitvoering van afspraken uit het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA en wordt namens het kabinet ingebracht door onderwijsminister Rianne Letschert (D66). De minister zal na het zomerreces met de Tweede Kamer overleggen; daarna volgen uitwerking en parlementaire behandeling. De regering rekent op medewerking van werkgevers en brancheorganisaties bij het maken van sectorafspraken [5][1][2].
wat nu de kernvraag blijft
De centrale vraag is of wettelijke verplichte vergoeding echt leidt tot eerlijke betaling of alleen statuswijziging. Zonder landelijk minimum kan de praktijk per sector sterk verschillen. De wet bevat wel een clausule om later een minimumbedrag in te voeren als vergoedingen structureel laag blijken. De precieze invoeringsdatum is onduidelijk; bronnen noemen verschillende tijdlijnen en termijnen, waardoor de uiteindelijke datum nog afhankelijk is van parlementaire behandeling en uitwerking [2][1][5][alert! ‘verschillende publicaties noemen uiteenlopende invoeringstermijnen (2028 en 2030)’].