bijna €923 mln aan boetes: wie betaalt betaalt
Den Haag, dinsdag, 17 februari 2026.
De Nederlandse staat haalde in 2025 bijna 923 miljoen euro binnen uit ruim 7,8 miljoen boetes. Het grootste deel komt uit verkeersboetes. Het CJIB rapporteert dat aantal boetes daalde met 350.000 ten opzichte van 2024, maar de opbrengst steeg alsnog met 24 miljoen euro. Opvallend is de sterke stijging van telefoonzondaars: 248.020 boetes goed voor ongeveer 89 miljoen euro. Kleine snelheidsovertredingen in bebouwd gebied waren frequent. De flitspaal op de A16 bij Rotterdam produceerde de meeste boetes van één locatie. Trajectcontroles op snelwegen bleken grote opbrengstbronnen. Het kabinet ziet deze inkomsten in een veranderend belastinglandschap, waar accijnzen op brandstof dalen door elektrische voertuigen. Tegelijk groeit kritiek dat boetes steeds meer lijken op structurele inkomsten in plaats van puur handhaving. Ook rijbewijsintrekkingen wegens onbetaalde boetes laten maatschappelijke effecten zien. Verwacht wordt dat focus op appende bestuurders en inzet van focusflitsers de trends in 2026 voortzet. Discussie over eerlijkheid en proportionaliteit blijft.
nationale cijfers en trend
In 2025 zette de Nederlandse staat ruim 7,8 miljoen boetes uit, goed voor bijna €923 miljoen aan inkomsten, volgens een overzicht van CJIB-jaarcijfers dat door de media is gerapporteerd [1]. Het aantal uitgeschreven boetes daalde met 350.000 ten opzichte van 2024, terwijl de opbrengst stijgt met €24 miljoen [1]. De daling in aantal ten opzichte van 2024 komt neer op -4.294 procent volgens de doorgevoerde cijfers en definities in het bericht [1].
waar komt het geld vooral vandaan
Het grootste deel van de inkomsten komt uit verkeersboetes, met opvallende stijgingen bij telefoongebruik achter het stuur. In 2025 werden 248.020 boetes voor bellen uitgeschreven, goed voor circa €89 miljoen opbrengst volgens de jaaranalyse [1][2]. Kleinere snelheidsovertredingen binnen de bebouwde kom kwamen veel voor. Specifieke boetecategorieën en hun opbrengsten zijn in het overzicht benoemd en geven beeld van welke overtredingen financieel zwaar wegen voor bestuurders [1][2].
flitspalen, trajectcontroles en lokale hotspots
Sommige locaties leverden uitzonderlijk veel boetes op. De flitspaal op de A16 bij Rotterdam werd genoemd als de meest productieve locatie met 48.172 boetes in 2025 [2]. Trajectcontroles op snelwegen genereerden eveneens grote aantallen; de A2 tussen Utrecht en Amsterdam leverde 539.639 boetes op, een substantieel deel van alle trajectcontrole-boetes [2]. Lokale voorbeelden tonen concentraties: de flitspaal aan de Stationsweg in Barneveld registreerde 8.524 overtreders in hetzelfde jaar [3].
beleid en begrotingscontext
Het kabinet ziet boete-opbrengsten in een veranderend belastinglandschap, waar brandstofaccijnzen dalen door de opmars van elektrische auto’s, waardoor alternatieve inkomstenbronnen relevanter worden [2]. Media en commentatoren signaleren dat boetes hierdoor deels als structurele inkomstenbron kunnen functioneren, naast hun handhavingsdoel. Die discussie kreeg extra gewicht nu opbrengsten stegen ondanks minder boetes, een ontwikkeling die in beleidsdebatten terugkeert [1][2].
maatschappelijke effecten en handhaving
Intrekkingen van rijbevoegdheid bij onbetaalde boetes tonen directe maatschappelijke gevolgen. CJIB-procedures kunnen leiden tot RDW-ingrijpen; wie niet betaalt loopt het risico zijn rijbevoegdheid te verliezen, met arbeid en verzekering als gevolg [4]. Voor veel mensen heeft dat financiële en sociale impact, zoals voorbeelden uit arbeidsdossiers laten zien. Tegelijk blijft de overheid inzetten op focusflitsers en campagnes tegen appen, maatregelen die de trend naar meer telefoen-boetes in 2026 waarschijnlijk voortzetten [2][4].