rechters tikken kabinet op de vingers: boeteverhogingen 2024–2025 onterecht

rechters tikken kabinet op de vingers: boeteverhogingen 2024–2025 onterecht

2026-07-03 binnenland

Utrecht, vrijdag, 3 juli 2026.
Een kantonrechter in Midden-Nederland heeft geoordeeld dat de regering de verkeersboetes van 2024 en 2025 niet had mogen verhogen. De rechter noemt de extra verhogingen onevenredig en ziet dat zij de scheefgroei tussen administratieve Mulder-boetes en strafrechtelijke boetes verder vergroten. De uitspraak zet vraagtekens bij het gebruik van boetebeleid om begrotingstekorten te dichten. Het opvallendste feit: individuele boetes zijn in uitspraken teruggezet naar het niveau van 2023, wat direct gevolgen kan hebben voor duizenden lopende invorderingsdossiers en gemeentelijke inkomsten. De zaak sluit aan bij een recent advies van de advocaat‑generaal dat zulke verhogingen mogelijk in strijd zijn met Europees recht en fundamentele rechtsbeginselen. Ministeries, politie en OM volgen de ontwikkeling. De komende weken moeten andere rechtbanken en hogere instanties duidelijkheid geven over de bereikbaarheid van deze lijn voor gedupeerden en het kabinetsbeleid rondom handhaving.

zaakplaats en woord van de rechter

De uitspraak is gedaan door een kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht. De rechter oordeelde op 3 juli 2026 dat de regering de verkeersboetes die op grond van de Wet Mulder in 2024 en 2025 werden verhoogd, niet had mogen doorvoeren omdat die verhogingen onevenredig zijn en de scheefgroei tussen Mulder‑boetes en strafrechtelijke boetes vergrootten [2]. De uitspraak is openbaar en bevat verwijzingen naar de wetswijzigingen en de berekening van de verhogingen [2].

wat de rechter precies vond en individuele effecten

De kantonrechter concludeert dat de extra verhogingen onevenredig zijn en waarschuwt voor een verkapte begrotingsheffing wanneer boetes worden ingezet om tekorten te dekken. In de uitspraak werden individuele boetes teruggebracht naar 2023‑niveau; voorbeelden in de persverklaring noemen verlaging van €180 naar €160 en van €120 naar €110 in twee zaken die in de mededeling zijn benoemd [2]. De uitspraak verwijst naar het evenredigheidsbeginsel en de totstandkomingsgeschiedenis van de verhogingen [2].

verband met advies advocaat‑generaal en Europees recht

De uitspraak sluit aan bij een recent advies van de advocaat‑generaal aan de Hoge Raad waarin is gesteld dat forse verhogingen van verkeersboetes mogelijk in strijd zijn met Europees recht en dat mensen die een boete niet kunnen betalen niet extra mogen worden gestraft. De advocaat‑generaal wees op risico’s voor fundamentele rechtsbeginselen en benadrukte dat kostenloze bezwaarprocedures tegen verhogingen moeten bestaan [1]. Die analyse is in de Nederlandse rechtsomgeving relevant voor toetsing van de 2024/2025‑verhogingen [1][2].

mogelijke gevolgen en vervolg in de rechtspraak

De uitspraak kan gevolgen hebben voor openstaande invorderingsdossiers, toekomstige invorderingspraktijken en kabinetsbeleid over handhaving. De Rechtbank Midden‑Nederland signaleert dat andere kantonrechters en hogere gerechten de lijn nog moeten volgen; eerdere en gelijktijdige uitspraken tonen uiteenlopende opvattingen over proportionaliteit van de verhogingen [2][3]. De precieze omvang van getroffen dossiers en financiële effecten is in de bronnen niet gekwantificeerd [alert! ‘omvang onduidelijk in bronnen’] [2][3].

Bronnen


verkeersboetes Wet Mulder