Orban noemt Oekraïne 'vijand' vanwege energieruzie
Boedapest, zaterdag, 7 februari 2026.
De Hongaarse premier Viktor Orban heeft Oekraïne openlijk uitgeroepen tot vijand van Hongarije. De uitspraak volgde op kritiek van Oekraïne op de goedkope Russische energie-import via de EU. Orban beweert dat een einde aan die leveringen levenszekeringskosten met 8 procent zou opdrijven. Dat komt neer op een extra belasting van één miljoen forint per huishouden – ruim 2600 euro. Hij waarschuwt dat dit maatschappelijke instabiliteit veroorzaakt. De opmerkingen komen middenin een verkiezingscampagne waarin Orban achterloopt in opiniepeilingen. Internationale reacties blijven uit maar diplomatieke spanningen nemen toe. Brussel benadrukt solidariteit met Oekraïne terwijl Hongarije vasthoudt aan zijn veto-recht binnen de Raad.
Hongarije vs Oekraïne: energieruzie escaleert
De Hongaarse premier Viktor Orban heeft tijdens een campagnemeeting in Szombathely op 7 februari 2026 verklaard dat Oekraïne een ‘vijand van Hongarije’ is [1]. Deze uitspraak volgt op druk van Oekraïense zijde om de invoer van goedkope Russische energie via de EU te beëindigen [2]. Orban stelt dat een stopzetting van Russische olie en gas de kosten voor huishoudens met minimaal 8 procent per jaar zou verhogen [3]. Dit komt volgens hem neer op een financiële impact gelijk aan het wegvallen van een maandsalaris [4].
Economische argumenten onder vuur
Volgens Orban zou zonder toegang tot Russische energie de gemiddelde Hongaarse huishouding jaarlijks ongeveer één miljoen forint meer betalen, wat neerkomt op circa 2.600 euro [5]. Deze berekening baseert hij op huidige subsidies voor nutsvoorzieningen en afhankelijkheid van Russische grondstoffen [6]. Hongarije ontvangt momenteel het grootste deel van zijn olie via de Druzhba-pijpleiding en gas via TurkStream en verbindingen door Bulgarije en Servië [7]. Analisten wijzen erop dat het gebrek aan alternatieven de situatie compliceert [8].
Politieke motieven en electorale context
De opmerkingen vallen in de aanloop naar de parlementaire verkiezingen in april 2026, waarbij Orban’s partij Fidesz peilt achter de oppositiepartij Tisza [9]. Enquêtes tonen dat oppositieleider Péter Magyar leiding heeft, wat mogelijk motiveert voor scherpere retoriek [10]. Orban noemde eerdere peildata ‘propaganda’ en presenteert zichzelf als beschermer van de koopkracht [11]. Zijn regering heeft daarnaast juridisch geprotesteerd tegen het EU-plan om Russische gasimporten tegen 2027 te beëindigen [12].
Geopolitieke gevolgen en internationale reacties
Hoewel Hongarije buurland is van Oekraïne, wil Orban geen verdere integratie van Oekraïne in de EU [13]. Hij waarschuwt ook dat een door de EU gefinancierde militaire opbouw in Oekraïne een potentieel gevaar kan vormen voor Hongarije [14]. Diplomaten merken op dat deze retoriek grotendeels gericht is op de thuismarkt [15]. Oekraïens minister van Buitenlandse Zaken Andriy Sybiga noemde Orban eerder al een bedreiging voor de Transcarpathische Hongaren [16]. Brussel herhaalt steun voor Oekraïne, maar Hongarije behoudt zijn vetorecht binnen de Raad [17].