nieuwe box 3-wet goedgekeurd: belasting over papieren winsten vanaf 2028

nieuwe box 3-wet goedgekeurd: belasting over papieren winsten vanaf 2028

2026-02-12 politiek

Den Haag, donderdag, 12 februari 2026.
de tweede kamer heeft de wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. vanaf 2028 betaal je belasting over het daadwerkelijke rendement van je vermogen. ook als je niks verkoopt. eigenaren van twee of meer woningen betalen jaarlijks belasting over de fictieve opbrengst. het systeem heft over papieren winsten, wat breed debat oproept over eerlijkheid. de wet moet de belasting dichter bij de economische realiteit brengen. tegelijk wil een kamermeerderheid al in 2028 overstappen naar een vermogenswinstbelasting. dat zou betekenen: pas belasting bij verkoop. het huidige akkoord is daarom tijdelijk. het is een compromis tussen linkse en rechtse partijen. de uiteindelijke impact hangt af van verdere afspraken.

politieke steun en oppositie achter de nieuwe wet

De nieuwe Wet werkelijk rendement box 3 kreeg steun van diverse politieke partijen, waaronder D66, VVD, GroenLinks/PvdA, CDA, SP, Denk en Volt [1]. Deze coalitiepartijen zien de wet als een stap naar een eerlijker belastingstelsel. Tegenstemmers waren Ja21, BBB, SGP, 50plus en ChristenUnie [3]. Hun oppositie richt zich op de belasting van papieren winsten. Demissionair staatssecretaris Eugène Heijnen noemde de wet een compromis dat niet ‘perfect’ is [3]. De stemming markeert een politieke breuklijn tussen partijen die stabiliteit willen en anderen die een radicale hervorming bevorlogen [3][4].

juridische noodzaak en historische achtergrond

De hervorming volgt op een arrest van de Hoge Raad uit december 2021, waarin werd geoordeeld dat het oude forfaitsysteem discriminerend kon zijn [4]. Sindsdien liep de overheid jaarlijks één miljard euro aan belastinginkomsten mis [3]. Het wetsvoorstel werd op 16 mei 2025 ingediend als reactie op deze jurisprudentie [4]. De wet wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001 om belasting te heffen over daadwerkelijk rendement, inclusief waardestijgingen [4]. Juridische urgentie droeg bij aan de aanneming, ondanks twijfels over de langetermijnstructuur [1][4].

belastingmodel: vermogensaanwas versus vermogenswinst

Vanaf 1 januari 2028 wordt het rendement op vermogen jaarlijks belast, ook als het slechts op papier bestaat [1]. Dit heet een vermogensaanwasbelasting. Beleggers betalen dan belasting over koerswinsten zonder iets te verkopen [1]. Voor woningen en start-ups geldt een uitzondering: daar blijft de vermogenswinstbelasting, pas bij verkoop [4]. Volgens berekeningen levert de aanwasbelasting 42 miljard euro extra op in 30 jaar vergeleken met winstbelasting [5]. Economisch gezien stimuleert dit transparantie, maar het vergroot de last bij prijsfluctuaties [5][6].

tijdelijk karakter en plannen voor herziening

Ondanks goedkeuring is de wet tijdelijk van aard. Een motie van Kamerlid Henk Vermeer (BBB) eist dat uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een overstap komt naar een volledige vermogenswinstbelasting [3]. Deze motie kreeg steun van een rechtse meerderheid van 76 zetels [3]. D66 en CDA stemden ertegen, hoewel ze in het coalitieakkoord juist een dergelijke hervorming vooropstellen [3]. Dit creëert een paradoxale situatie waarin het huidige stelsel wordt gebruikt om een snelle transitie mogelijk te maken [3][5]. De evaluatieperiode is ingekort van vijf naar drie jaar [1].

maatschappelijke impact en uitvoeringsuitdagingen

Eigenaren van twee of meer woningen zullen jaarlijks belasting betalen over de fictieve opbrengst ervan, wat de last verhoogt bij stijgende huizenprijzen [3]. Ongeveer 2.400 vastgoedbezitters lopen risico op betalingsproblemen bij een jaarlijkse waardestijging van 10 procent [5]. De Belastingdienst moet systemen aanpassen om vermogensaanwas jaarlijks te meten [6]. Adviserende beroepen zoals accountants en belastingadviseurs melden extra administratieve druk [6]. Sectororganisaties vrezen dat het systeem complexer wordt en openstaat voor geschillen [6][1].

Bronnen


box 3 belastingwijziging