kabinet laat miljarden liggen: voorstel zwaardere belasting tweede woning

kabinet laat miljarden liggen: voorstel zwaardere belasting tweede woning

2026-02-03 politiek

Amsterdam, dinsdag, 3 februari 2026.
GroenLinks en PvdA willen eigenaren van tweede woningen vanaf 2028 jaarlijks belasten zoals spaarders en beleggers. De partijen noemen de huidige uitzondering voor vastgoed een ‘belastingkorting’ en wijzen op een geraamde inkomstenmissers van minstens 42 miljard over 30 jaar. Het kabinet kiest voorlopig voor belasting bij verkoop, niet voor jaarlijkse heffing, met het argument dat vastgoedwaarde ‘in stenen’ zit en jaarlijkse waardebepaling complex is. GroenLinks-PvdA zegt dat die keuze onrechtvaardig is en te veel kost tegenover uitgaven voor woningbouw. Kamerlid Luc Stultiens vraagt zich af waarom de coalitie dit geld laat liggen terwijl elders wordt bezuinigd. Staatssecretaris Heijnen erkent liquiditeitszorgen maar stelt dat betalingsregelingen mogelijk zijn. Het wetsvoorstel over box 3 staat in februari ter behandeling; de ingangsdatum is gepland op 2028. De inzet: een fundamentele keuze tussen eenvoud en rechtvaardigheid, met directe gevolgen voor stedelijke woningmarkten zoals Amsterdam en Utrecht. Het amendement van GroenLinks-PvdA kan dat veranderen snel politiek.

politieke inzet en betrokken partijen

GroenLinks en PvdA hebben een amendement ingediend om eigenaren van tweede woningen vanaf 2028 jaarlijks te belasten zoals spaarders en beleggers. Kamerlid Luc Stultiens noemt de huidige uitzondering voor vastgoed een ‘belastingkorting’ en spreekt van een verschil in opbrengst dat ‘onterechte’ voordelen geeft. De voorstellen richten zich expliciet op het wegnemen van die uitzondering, en beogen een stelselwijziging binnen de nieuwe box 3-regeling die deze kabinetskeuze uitdaagt [1].

de kern van het geschil: 42 miljard en het kabinetargument

GroenLinks-PvdA stelt dat de schatkist op de lange termijn minstens 42 miljard euro misloopt door de uitzonderingspositie voor meerdere woningen. Dat cijfer verwijst naar een raming over dertig jaar en vormt de kern van de kritiek op de kabinetskeuze om winstbelasting bij verkoop te handhaven voor vastgoed in plaats van jaarlijkse heffing [1]. Het kabinet verdedigt die keuze met praktische bezwaren: waarde zit ‘in stenen’, jaarlijkse vaststelling is complex en kan tot liquiditeitsproblemen leiden, aldus de toelichting [1].

politieke discussie en timing van de behandeling

Het wetsvoorstel over het werkelijk rendement in box 3 staat voor behandeling in de Tweede Kamer in februari 2026; de geplande ingangsdatum van het nieuwe stelsel is 2028. GroenLinks-PvdA wil met het amendement dat tweede woningen vanaf dat jaar hetzelfde regime krijgen als spaargeld en aandelen, dus met een jaarlijkse heffing over het veronderstelde rendement. De partij pleit dat betalingsregelingen liquiditeitsproblemen kunnen beperken en noemt de huidige uitzondering ‘onverantwoord’ gezien andere budgettaire prioriteiten [1].

effecten op de woningmarkt en publieke context

Partijen wijzen op lokale gevolgen in stedelijke markten zoals Amsterdam en Utrecht, waar relatief veel tweede woningen liggen en de maatregel directe druk kan leggen op het aanbod. GroenLinks-PvdA argumenteert dat de geraamde gemiste inkomsten groter zijn dan uitgaven voor woningbouw, en stelt dat dat onverenigbaar is met de lopende wooncrisis. De discussie valt samen met rapportages dat Nederland bouwdoelen mist, waardoor de woonnood blijft bestaan en politieke druk op extra maatregelen stijgt [1][3].

Bronnen


GroenLinks-PvdA tweede woning