paternotte eist daadkracht tegen armoede en noemt stikstofdoel 2030 onhaalbaar

paternotte eist daadkracht tegen armoede en noemt stikstofdoel 2030 onhaalbaar

2026-02-25 politiek

Den Haag, woensdag, 25 februari 2026.
Jan Paternotte zette in het Kamerdebat harde eisen neer voor het nieuwe kabinet. Hij vroeg directe maatregelen tegen stijgende armoede en waarschuwde dat lagere inkomens het meest geraakt worden. Paternotte stelde dat het kabinet plannen moet uitwerken om de verwachte toename van armoede te voorkomen. Tegelijk erkende hij dat de afgesproken stikstofreductie voor 2030 uit het zicht is geraakt. Volgens Paternotte zijn twee verloren jaren en beperkte uitvoering daarvan de oorzaak. Het kabinet heeft voor stikstof een fonds van 20 miljard euro en stelt nu lagere doelen: circa 23–25 procent reductie in 2030 in plaats van halvering. Oppositiepartijen drongen aan op herziening van beleid en extra steun voor kwetsbaren. Paternotte bleef vasthouden aan het coalitieakkoord, maar zei open te staan voor voorstellen. Het debat toont een breuk tussen ambitie en realiteit. De politieke strijd over sociale gevolgen en natuurbeleid begint nu. Besluiten volgen de komende weken in Kamer en adviesraden.

wie deed wat in het debat

Jan Paternotte (D66) voerde het woord namens de coalitie tijdens het debat over de regeringsverklaring. Oppositiefiguren die nadrukkelijk intervenieerden waren Jesse Klaver (GL‑PvdA), Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren), Stephan van Baarle (DENK) en Geert Wilders (PVV). Het debat vond plaats in de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de regeringsverklaring van kabinet‑Jetten en leidde tot felle interrupties en vragen over armoede, AOW en stikstofbeleid [1][3][8].

armoede: waarschuwingen en cijfers

Paternotte riep op tot directe actie tegen stijgende armoede en benadrukte dat lagere inkomens het hardst getroffen worden. Doorrekeningen van het Centraal Planbureau tonen volgens liveblogs en analyses een lichte stijging van armoede en een beperkte koopkrachtverbetering die minder gunstig uitpakt voor lagere inkomens. Het CPB berekende een toename van armoede van 2,5% naar 2,7% in 2030 bij de kabinetsplannen, een stijging die in debatten als reden voor extra maatregelen werd aangevoerd [3][4][9].

stikstofdoel 2030: erkenning van onhaalbaarheid

Paternotte erkende dat het oorspronkelijk beoogde doel voor stikstofreductie voor 2030 buiten bereik is geraakt. De wetstekst stelt volgens debatten een halvering als eis, maar het coalitieakkoord noemt nu een reductie van circa 23–25% in 2030. Volgens Paternotte zijn twee verloren jaren en gebrekkige uitvoering de oorzaak. De discussie verplaatste zich naar wat vandaag mogelijk is en naar prioritering van maatregelen [2][3]. [alert! ‘wettelijke eis en coalitiecijfer lopen uiteen; gevolgen voor naleving onzeker’]

hoeveel lager liggen de doelen precies

In het debat werd het verschil tussen de eerdere halvering en de nieuwe doelstelling benadrukt. De gevraagde halvering staat in debatten als 50%, de coalitie noemt ~23–25% voor 2030. Voor het relatieve verschil geldt de rekensom -50 om de verandering naar 25% te tonen. Het stikstoffonds van 20 miljard euro werd genoemd als instrument voor uitvoering, maar oppositiepartijen en milieufracties vroegen om herziening en extra zekerheid voor natuurherstel [2][3].

politieke gevolgen en vervolgstappen

Het debat liet zien dat er spanning bestaat tussen politieke realiteit en beleidsambitie. Paternotte verdedigde het coalitieakkoord, maar zei open te staan voor voorstellen van oppositie en maatschappelijke partners. Oppositiepartijen drongen aan op aanpassingen in armoedebeleid en ambitieuzer stikstofbeleid. Kamerprocedures en adviesraden worden de komende weken betrokken bij concrete besluiten over maatregelen, begroting en uitvoeringsplannen [5][6][3].

Bronnen


armoede stikstofdoelen