dna onder de auto en zes jaar wachten: wat weet de verdachte?
Marken, dinsdag, 30 juni 2026.
De openbare aanklager eist acht weken gevangenisstraf tegen de 33‑jarige Jamal T. uit Duitsland voor de dodelijke aanrijding van de 14‑jarige Tamar uit Marken. Het opmerkelijkste bewijs zijn DNA‑sporen van het meisje onder de auto van de verdachte en vezels van haar kleding. Toch ontbreekt er DNA van de verdachte op het lichaam. Het OM rekent twee weken toe voor onoplettendheid door op de navigatie te kijken en zes weken voor het doorrijden en het hulpeloos achterlaten. Nabestaanden zeggen nog geen volledige antwoorden te hebben gekregen. Ook vroeg het OM TBS met dwangverpleging vanwege eerder gevaarlijk gedrag. De zaak speelt zes jaar na het ongeluk. Justitie bood excuses aan voor de vertraging. De verdediging betwist dat de bestuurder het slachtoffer heeft gezien en wijst op onduidelijkheden over hoe en wanneer Tamar op de weg raakte. De uitspraak volgt op 14 juli. De zitting trok veel aandacht in Marken en landelijke media.
zaak en locatie
De zaak speelt in Marken en de aangrenzende Waterlandse Zeedijk bij Zuiderwoude. De zitting vond plaats in Schiphol; de uitspraak is gepland op 14 juli 2026. Het Openbaar Ministerie eiste op dinsdag acht weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf tegen de 33‑jarige verdachte, geïdentificeerd als Jamal T. uit Duitsland. De aanklacht omvat dood door een motorvoertuig en het doorrijden na het ongeval. Lokale bewoners en nabestaanden volgen de procedure nauwgezet en de zaak kreeg ruime landelijke aandacht.[1][4][5]
bewijs en forensisch spoor
Centraal bewijs zijn DNA‑sporen van het slachtoffer onder de auto van de verdachte en vezelsporen die aansluiten op de kleding van Tamar. De auto vertoonde bovendien schade bij de voorzijde. Onderzoek vond geen DNA van de verdachte op het lichaam van Tamar en er ontbreken duidelijke sleepsporen naar de berm. Justitie zegt dat die combinatie voldoende bewijs levert voor de beschuldiging dat de Mazda over Tamar is gereden.[1][5][3]
eis, motivering en tegenargumenten
Het OM verdeelde de eis in twee delen: twee weken voor onvoldoende vooruitkijken omdat de bestuurder op de navigatie keek, en zes weken voor het doorrijden en het hulpeloos achterlaten van het slachtoffer. Tevens vroeg het OM TBS met dwangverpleging vanwege eerder gevaarlijk gedrag dat aan de verdachte wordt toegeschreven. De verdediging betwist dat de bestuurder Tamar heeft gezien en wijst op onduidelijkheid over hoe en wanneer zij op de weg belandde.[5][4][2]
reacties van nabestaanden en justitie
Nabestaanden zeggen nog geen volledige antwoorden te hebben gekregen over de precieze toedracht en het tijdsverloop rond de vondst van Tamar. Het OM bood excuses aan omdat het proces pas zes jaar na het incident tot vervolging leidde. De zaak leidde tot bezorgdheid in Marken over afhandeling van zware ongevallen en de communicatie van justitie richting slachtoffers en hun familie.[4][3][5]