veel Nederlanders durven niet te reanimeren uit angst voor fouten

veel Nederlanders durven niet te reanimeren uit angst voor fouten

2026-02-17 binnenland

Nederland, dinsdag, 17 februari 2026.
Slechts 5 procent van de Nederlanders met een reanimatiecertificaat meldt zich aan als burgerhulpverlener. Onderzoek van de Hartstichting wijst uit dat angst voor fouten de grootste barrière is. Ruim 60 procent vreest dat een vergissing fataal kan zijn. Deze zorg is breedverspreid maar onterecht. Experts benadrukken dat elke poging tot reanimatie beter is dan geen actie. Bij een hartstilstand is snelle actie cruciaal. De overlevingskans stijgt fors door direct ingrijpen. Burgerhulpverleners zijn gemiddeld 2,5 minuut sneller bij het slachtoffer dan de ambulance. In die kritieke seconden telt elke handeling. Misverstanden over verantwoordelijkheid en techniek zorgen voor terughoudendheid. De Hartstichting roept mensen op zich alsnog aan te melden. Je hoeft geen held te zijn. Je moet alleen bereid zijn om te helpen. Elke nieuwe hulpverlener verhoogt de veiligheid in de buurt.

laag percentage aanmeldingen onder getrainden

Slechts 5 procent van de Nederlanders met een reanimatiecertificaat meldt zich aan als burgerhulpverlener [1]. Onderzoek in opdracht van de Hartstichting onder 4100 Nederlanders van 18 jaar en ouder toont aan dat dit laag percentage vooral te wijten is aan angsten over het maken van fouten tijdens een reanimatie [2]. Hoewel één op de vier Nederlanders een geldig reanimatiecertificaat heeft, blijft de inschrijving als vrijwilliger bij HartslagNu laag [3]. Deze drempel is des te opvallender gezien de kritieke rol van snelle interventie bij een hartstilstand [4].

angst voor fouten is breedverspreid maar onterecht

Ruim 60 procent van de Nederlanders gelooft dat een fout van een burgerhulpverlener kan leiden tot het overlijden van het slachtoffer [2]. “Die angst is heel begrijpelijk, maar onterecht”, zegt Leonie van der Leest, programmamanager bij de Hartstichting [2]. Ze benadrukt dat bij een hartstilstand snelle actie cruciaal is: “Als je niets doet, is de overlevingskans zo goed als nul” [2]. Elk begin van reanimatie verhoogt de levenskansen, ongeacht formele training of perfecte uitvoering [5].

cruciale voorsprong van vrijwilligers

Burgerhulpverleners zijn gemiddeld 2,5 minuut sneller ter plaatse dan een ambulance [2]. Dagelijks krijgen ongeveer 45 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand [3]. In de kritieke periode van maximaal zes minuten na instorting is directe reanimatie essentieel voor overleving [5]. Bij de jaarlijks ruim 12.000 reanimatiemeldingen wordt bij acht van de tien gevallen de reanimatie gestart door een burgerhulpverlener [4].

mensen onderschatten hun waarde

Een veelvoorkomend misverstand is dat burgerhulpverleners 24 uur per dag beschikbaar moeten zijn [2]. Volgens Van der Leest is dit onjuist: men bepaalt zelf of men een oproep accepteert [2]. Daarnaast zien mensen zichzelf soms als ongeschikt omdat ze geen medisch persoon zijn [6]. Arts Heleen Lameijer benadrukt: “Iets doen is altijd beter dan niets doen” [6]. Ook informele pogingen, zoals bij Irene met haar partner Richard, tonen aan dat directe actie doorslaggevend kan zijn [6].

groeiende druk op lokale netwerken

Hoewel het nationale systeem van HartslagNu brede dekking biedt, is er regionaal tekort aan vrijwilligers [7]. In Overijssel is bijvoorbeeld nog behoefte aan 1777 extra burgerhulpverleners [8]. Nationaal wordt gestreefd naar 25.000 extra vrijwilligers om elk buurtniveau adequaat te dekken [4]. De Hartstichting benadrukt dat bredere participatie de overlevingskans landelijk verder kan verhogen [4].

Bronnen


reanimatie burgerhulpverlener