Salarisverhoging voor politici vanwege stijgende werkdruk en bedreigingen
Den Haag, vrijdag, 13 februari 2026.
Het Adviseringscomité voor de Juridische Status van Politieke Ambtsdragers (ARPA) adviseert een salarisverhoging van 10 tot 18 procent voor Nederlandse politici. De stijging moet compenseren voor de toenemende werkdruk, de complexiteit van beleid en de groeiende aantal bedreigingen. Intrigerend genoeg verdient de secretaris-generaal nu meer dan een minister, terwijl de minister de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt. ARPA vindt dat onlogisch. Ook wordt minder bescherming tegen ontslag gemist. Het comité pleit daarom voor een recht op terugkeer naar een vorige baan. Het advies komt op een gevoelig moment, met bezuinigingen in andere sectoren. De nieuwe regering moet beslissen of ze het volgt.
Salarisverhoging van 10 tot 18 procent aanbevolen
Het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers (ARPA) adviseert een salarisverhoging tussen 10 en 18 procent voor politici in Nederland. De maatregel geldt voor ministers, wethouders en raadsleden. De stijging moet worden uitgesmeerd over drie jaar. Dit is nodig vanwege de toenemende werkdruk en de persoonlijke risico’s van het ambt. ARPA baseert dit op de groeiende complexiteit van beleidsvragen en de stijging van bedreigingen [1]. De verhoging moet het ambt weer aantrekkelijk maken [2].
Ministers verdienen minder dan topambtenaren
De huidige beloning van ministers staat los van hun verantwoordelijkheden. Een minister verdient €16.220 bruto per maand. De secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar binnen een ministerie, verdient €17.332 bruto per maand. Dat is 6.856% meer dan een minister [1]. ARPA noemt dit onlogisch omdat de minister de politieke eindverantwoordelijkheid draagt [2]. Beloning zou beter moeten aansluiten bij deze verantwoordelijkheid.
Verschillende stijgingen per functieniveau
ARPA stelt verschillende percentageverhogingen voor afhankelijk van de functie. Ministers zouden 15 procent meer moeten krijgen. Staatssecretarissen 12 procent. Voor wethouders en raadsleden in grote gemeenten wordt 18 procent verhoging aanbevolen. Kleinere gemeenten zien een salarisstijging van 10 procent voor raadsleden. Deze differentiatie houdt rekening met eerder toegekende vergoedingen voor extra verantwoordelijkheden [2]. De focus ligt op gelijke behandeling ten opzichte van risico en taakbelang.
Meer dan alleen salaris: arbeidsvoorwaarden verbeteren
Naast salarisverhoging pleit ARPA voor betere arbeidsvoorwaarden. Politieke ambtsdragers genieten geen standaard ontslagbescherming. Daarom adviseert ARPA een recht op terugkeer naar een vorige werkgever. Ook wordt een keuzebudget voorgesteld, vergelijkbaar met reguliere banen. Hiermee kunnen politici opties kiezen zoals extra vakantiedagen of een dienstfiets [2]. Deze maatregelen moeten de functie duurzaam houdbaar maken in tijden van toenemende intimidatie [1].
Gevoelige timing van het advies
Het advies komt op een kwetsbaar moment. Er zijn plannen voor loonbevriezing onder ambtenaren. Ook dreigen bezuinigingen in de zorg en sociale sector [2]. Een salarisverhoging voor politici kan daardoor politiek gevoelig liggen. Het rapport is ingediend bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Een definitief besluit wordt pas verwacht nadat het nieuwe kabinet op 23 februari wordt beëdigd [1]. Minister-president Pieter Heerma zal hierover moeten oordelen.