hoe een ambtenaar haar toegang tot de BRP verloor — maar toch €37.000 meekreeg

hoe een ambtenaar haar toegang tot de BRP verloor — maar toch €37.000 meekreeg

2026-04-08 binnenland

Land van Cuijk, woensdag, 8 april 2026.
Een ervaren medewerker burgerzaken van gemeente Land van Cuijk verloor haar baan na herhaaldelijk en ongeoorloofd raadplegen van gegevens van de nieuwe vriendin van haar ex. Interne controles toonden aan dat zij tussen augustus 2024 en mei 2025 meerdere keren persoonsgegevens uit de Basisregistratie Personen opvroeg. De gemeente ontsloeg haar terstond. De kantonrechter in Den Bosch oordeelt dat het ontslag terecht is vanwege ernstig plichtsverzuim en schending van het vertrouwen dat bij de functie hoort. De rechter houdt rekening met medische informatie over een diepe psychische crisis na een traumatische echtscheiding. Omdat de ambtenaar niets met de opgezochte gegevens heeft gedaan en omdat haar persoonlijke omstandigheden verzachtend werken, krijgt ze geen terugkeer in haar functie maar wel een transitievergoeding van ruim €37.000. De zaak zet vragen neer over privacybescherming, interne controle en de grenzen van straf én zorg bij misbruik van toegangsrechten binnen overheidsregisters.

plaats en korte schets van het incident

De zaak speelde in de gemeente Land van Cuijk. Een ervaren medewerker burgerzaken gebruikte haar toegang tot de Basisregistratie Personen (BRP) om meerdere keren persoonsgegevens van de nieuwe vriendin van haar ex op te vragen. De raadplegingen vonden plaats tussen augustus 2024 en mei 2025. De gemeente ontdekte de incidenten na een melding van de betrokken burger en startte een intern onderzoek dat leidde tot ontslag op staande voet in november 2025. [1][2][3]

wat het interne onderzoek aan het licht bracht

Het interne onderzoek toonde aan dat de ambtenaar zeven keer zonder werkgerelateerde reden gegevens had opgevraagd in de BRP. Ook werden de gegevens van de moeder van de nieuwe partner geraadpleegd. De gemeente controleerde verschillende systemen om vast te stellen of er een professioneel doel bestond en concludeerde dat dat niet het geval was. De betrokken inwoner kreeg een melding van inzage en deed daarop aangifte bij de gemeente, waarna het onderzoek volgde. [2][1][3]

juridische afweging en uitspraak van de kantonrechter

De kantonrechter in Den Bosch oordeelde dat het ontslag terecht was vanwege ernstig plichtsverzuim en schending van het vertrouwensgoed dat bij de functie hoort. De rechter bevestigde dat het meerdere en herhaalde raadplegen van persoonsgegevens zonder reden een ernstige schending vormt en daarom ontslag op staande voet verdedigbaar was. Tegelijkertijd vond de rechter verzachtende omstandigheden waardoor volledige ontslagrechtelijke uitsluiting niet passend werd geacht. [1][2][3]

persoonlijke omstandigheden en toegewezen vergoeding

De rechter nam medische informatie mee in de beoordeling. Uit stukken van de huisarts en een psycholoog bleek dat de ambtenaar zich in een diepe psychische crisis bevond na een traumatische echtscheiding. De kantonrechter concludeerde dat dit een verklaring biedt voor haar handelen, maar dat het gedrag niet goedgepraat kan worden. Omdat zij geen misbruik maakte van de opgezochte gegevens en vanwege haar lange diensttijd, kreeg zij geen terugkeer maar wel een transitievergoeding van ruim €37.000. [2][1][3]

vragen over privacy, interne controle en beleid

De zaak werpt vragen op over technische en bestuurlijke beveiliging van de BRP binnen gemeenten. Toegangsrechten, logging en meldprocedures blijken doorslaggevend om misbruik te detecteren. De casus illustreert hoe interne controles kunnen leiden tot snelle disciplinaire stappen, maar ook hoe rechtspraak nuance aanbrengt als persoonlijke omstandigheden een rol spelen. Bestuurders en privacyfunctionarissen zullen moeten afwegen hoe toezicht en zorg voor medewerkers samen kunnen bestaan zonder afbreuk te doen aan gegevensbescherming. [1][2][3]

Bronnen


ambtenaar privégegevens