nos verplicht om geld te vragen voor wk-kijken op marktpleinen
Den Haag, zaterdag, 13 juni 2026.
De NOS moet wettelijk geld vragen als horecaondernemers het WK voetbal tonen op grote schermen op marktpleinen. Een meerderheid in de Tweede Kamer wilde dat gratis mogelijk zou zijn voor evenementen tot 5000 bezoekers. Maar de minister stelt dat de publieke omroep geen gratis diensten mag leveren aan bedrijven die er commercieel voordeel uit halen. De mediawet en Europese staatssteunregels dwingen de NOS tot vergoeding. Ook al werkt België anders, in Nederland geldt: wie profiteert van extra verkoop, betaalt voor de uitzendrechten.
politieke druk op n-os om gratis wk-uitzendingen mogelijk te maken
Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft in mei 2026 een motie ingediend die eist dat WK-wedstrijden gratis getoond mogen worden op marktpleinen met maximaal 5000 bezoekers [1]. De motie is ingediend door Kisteman en medeondertekenaars, die pleiten voor bredere toegankelijkheid van het Nederlands elftal [2]. Parlementariërs stellen dat samenkomen rond het voetbal bijdraagt aan sociale cohesie en publieke gezelligheid [2]. Het kabinet moest in gesprek treden met de NOS om de haalbaarheid te onderzoeken [1]. De bewindslieden erkennen het maatschappelijke belang van gratis publieke uitzendingen [2].
minister houdt vast aan wettelijke verplichtingen
Minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap concludeert dat de NOS wettelijk verplicht is om vergoeding te vragen voor commerciële public viewings [1]. Deze verplichting is gebaseerd op de Mediawet en Europese staatssteunregels, die verbieden dat overheidsfinanciering ten goede komt aan private winst [1]. De NOS mag geen gratis diensten aanbieden aan horecaondernemers die extra omzet genereren tijdens grote voetbalevenementen [1]. Volgens de minister is dit nodig om marktconcurrentie niet te verstoren [1]. Zelfs bij lagere tarieven blijft een vergoeding vereist [1].
belgië als voorbeeld, maar ander systeem
Parlementariërs wezen erop dat in België organisatoren geen vergoeding hoeven te betalen voor het tonen van WK-wedstrijden op pleinen [1]. Belgische omroep VRT beschikt echter niet over de public viewing-rechten, wat een fundamenteel verschil is met de Nederlandse situatie [1]. In Vlaanderen mogen kleine en middelgrote evenementen zonder licentie, terwijl commerciële evenementen rechtstreeks bij FIFA moeten aankloppen [2]. De Nederlandse regeling is strikter vanwege de rol van de NOS als rechthebbende publieke omroep [2]. Daardoor valt een gelijksoortige vrijstelling in Nederland juridisch niet te rechtvaardigen [2].
kosten voor ondernemers en uitzonderingen
De NOS verlaagde de heffing voor grote schermen tijdens het laatste EK met 75% ten opzichte van eerdere edities [1]. Voor een event met 5000 bezoekers komt dit neer op ongeveer €800 per wedstrijd, gebaseerd op een tarief van zo’n 80 cent per persoon [1]. Kleinere horecagelegenheden met een doelgroeplicentie kunnen gratis meegenieten, mits zij niet expliciet adverteren met de wedstrijd of toeschouwersmassa’s trekken [2]. De vergoeding geldt dus vooral voor grootschalige commerciële events waar sprake is van winstoogmerk [1].
sociale koers versus intellectuele eigendom
Samen voetbal kijken creëert verbinding en draagt bij aan publieke gezelligheid, aldus functionarissen [2]. Toch weegt de verantwoordelijkheid van de NOS om belastinggeld te beschermen zwaarder dan het streven naar volksfeestjes [1]. De rechten zijn aangekocht met publieke middelen en moeten marktconform worden gebruikt [1]. FIFA’s public viewing reglement onderscheidt tussen commerciële, niet-commerciële en speciale non-commerciële evenementen [2]. Alleen de laatste categorie kan onder gunstige voorwaarden opereren, maar ook dan gelden strikte criteria [2].
lokale beleidsaanpassingen rond openingstijden
Hoewel het kabinet geen invloed heeft op de uitzendvergoedingen, steunt het wel moties voor flexibiliteit in horecabeleid tijdens WK-dagen [2]. Op 13 juni 2026 hebben 13% van de gemeenten ruimere openingstijden voor horeca ingesteld rondom wedstrijden van Oranje [2]. Dit is een stijging vergeleken met 11% in maart 2026 [2]. Het kabinet en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderschrijven het streven naar meer feestvreugde [2]. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeenten [2].