aartsen zet statushouders sneller aan het werk in 80 gemeenten

aartsen zet statushouders sneller aan het werk in 80 gemeenten

2026-04-30 binnenland

Den Haag, donderdag, 30 april 2026.
Minister Thierry Aartsen breidt een proef uit met startbanen naar ruim 80 gemeenten. Het doel is nieuwkomers direct na vestiging werkervaring te geven. Momenteel werkt circa 75% van de statushouders niet in de eerste jaren van inburgering. Eerdere proeven in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven lieten zien dat 44% van deelnemers een baan vond. Startbanen richten zich op toegankelijke functies zoals logistiek, horeca, schoonmaak, bouw en techniek. De maatregel moet taalverwerving, sociale netwerken en doorstroom naar regulier werk bevorderen. Knelpunten blijven bestaan. Voorbeelden zijn beperkte uren door inburgeringslessen, taalachterstand, kinderopvangtekort en ontbrekende diploma‑erkenning. De minister noemt de uitbreiding de eerste stap naar een andere norm in het inburgeringsbeleid: eerst werk, niet primair een uitkering. Voor de zomer van 2026 belooft het ministerie een bredere aanpak om werkdeelname van nieuwkomers structureel te verhogen en de pilot waar mogelijk op te schalen.

plaats en bereik van de maatregel

Het initiatief van minister Thierry Aartsen geldt landelijk, maar start concreet in ruim 80 gemeenten die deelnemen aan de uitbreiding van de proef met startbanen. De keuze voor deelname ligt bij afzonderlijke gemeenten; het kabinet noemt de maatregel een eerste stap om nieuwkomers sneller aan werk te helpen. Eerdere proeven met startbanen vonden plaats in steden als Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven, waarop deze opschaling voortbouwt [1][3].

doel en werking van startbanen

Startbanen zijn tijdelijke, laagdrempelige functies bedoeld om nieuwkomers direct na vestiging praktijkervaring en netwerken te laten opbouwen. De banen richten zich op sectoren waar beperkte taalvaardigheid minder belemmerend is, zoals logistiek, horeca, schoonmaak, bouw en techniek. Het doel is snellere taalverwerving, sociale integratie en doorstroom naar regulier werk, volgens het ministerie en berichtgeving over de pilotuitbreiding [1][2][3].

eerdere resultaten en hardnekkige knelpunten

Evaluaties van eerdere pilots tonen gemengde resultaten. In proeven in Rotterdam, Amsterdam en Eindhoven vond 44% van de deelnemers werk; tegelijkertijd melden bronnen uit de praktijk een uitval van ongeveer 10% en structurele knelpunten zoals beperkte uren door inburgeringsverplichtingen, taalachterstanden, kinderopvangtekort en ontbrekende erkenning van diploma’s [1][3]. Deze bevindingen vormen de achtergrond voor de landelijke uitbreiding [1][3].

politieke context en vervolgstappen

Minister Aartsen positioneert de maatregel als verandering van norm in het inburgeringsbeleid: eerst werk, niet primair een uitkering. Het kabinet verwijst naar het huidige beeld dat ongeveer driekwart van statushouders in de eerste jaren niet werkt en wil voor de zomer van 2026 een bredere, structurele aanpak presenteren om werkdeelname te verhogen en de pilot waar mogelijk op te schalen [1][2]. De minister noemt dit een prioriteit binnen het regeerakkoord [1].

Bronnen


statushouders startbanen