raad van state waarschuwt: stop wetsvoorstel dat voorrang voor statushouders verbiedt

raad van state waarschuwt: stop wetsvoorstel dat voorrang voor statushouders verbiedt

2026-06-29 politiek

Den Haag, maandag, 29 juni 2026.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert de Tweede Kamer af te zien van een initiatiefwetsvoorstel dat gemeenten verbiedt statushouders voorrang te geven bij toewijzing van sociale huurwoningen. Het advies werd op 24 juni vastgesteld en op 29 juni 2026 gepubliceerd. De Raad stelt dat het voorstel strijdig kan zijn met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel en de uitvoerbaarheid van gemeentelijk huisvestingsbeleid ondermijnt. Statushouders bevinden zich volgens de Raad in een duidelijke achterstandspositie. Als gemeenten de mogelijkheid verliezen om urgentie of voorrang toe te kennen, ontstaat een beleidsmatig en praktisch dilemma. De Afdeling wijst erop dat het wetsvoorstel inhoudelijk overeenkomt met een eerder ingetrokken regeringsvoorstel en handhaaft haar eerdere kritiek. Politiek betekent dit extra gewicht in komende Kamerdebatten en bij amendementen. Volgende stappen zijn parlementaire beraadslagingen en aanvullende toetsing door gemeenten en woningcorporaties op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen maatregel.

raad van state bevestigt advies over schrappen voorrang statushouders

De Afdeling advisering van de Raad van State stelde op 24 juni 2026 een advies vast over het initiatiefwetsvoorstel dat gemeenten zou verbieden statushouders voorrang te geven bij toewijzing van sociale huurwoningen. Het advies is op 29 juni 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State. De Afdeling handhaaft haar eerdere oordeel en adviseert de Tweede Kamer om van het voorstel af te zien omdat het wetsvoorstel inhoudelijk niet afwijkt van een eerder ingetrokken regeringsvoorstel [1].

juridische toets: gelijkheidsbeginsel en uitvoering door gemeenten

De Raad van State wijst erop dat het schrappen van voorrangsregels mogelijk in strijd is met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel en de gemeentelijke uitvoerbaarheid schaadt. Vergunninghouders worden in het advies aangeduid als personen met een verblijfsstatus die zich in een duidelijke achterstandspositie bevinden. Het wegnemen van de mogelijkheid om urgentie of voorrang toe te kennen maakt het voor gemeenten moeilijk om rekening te houden met die nadelige beginsituatie, wat bestuurlijke knelpunten creëert bij de verplichte taak om huisvesting te verzorgen [1][2].

politieke speelruimte en betrokken Kamerleden

Het initiatiefwetsvoorstel is ingediend door de Kamerleden Mona Keijzer, René Claassen en Ranjith Clemminck. De Raad van State benadrukt dat het advies politieke betekenis heeft voor komende Kamerdebatten en amendementen, omdat het adviesorgaan dezelfde kritiek herhaalt als bij het eerdere regeringsvoorstel dat werd ingetrokken. De politiek moet nu wegen tussen het principe van gelijke behandeling van woningzoekenden en gemeentelijke mogelijkheden voor sociaal maatwerk bij huisvesting [2][1].

praktische gevolgen voor gemeenten en woningcorporaties

Het advies signaleert uitvoeringsrisico’s in een periode van woningtekort. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor huisvesting van vergunninghouders. Als de mogelijkheid tot toekenning van urgentie verdwijnt, ontstaan beleidsmatige en praktische dilemma’s bij toewijzingsregels en prioritering. Woningcorporaties en gemeentelijke uitvoeringsdiensten moeten de praktische gevolgen nog toetsen en kunnen hun toelatingsprocedures aanpassen of in beroep gaan tegen nieuwe landelijke regels [1][2].

Bronnen


huisvesting statushouders