daling in wolvaanvallen geeft hoop aan boeren
Utrecht, zaterdag, 4 april 2026.
Voor het eerst in jaren neemt het aantal wolvaanvallen op vee in Nederland af. In het eerste kwartaal van 2026 werden 255 meldingen geregistreerd, een duidelijke daling ten opzichte van 385 in dezelfde periode van 2025. Deskundigen zoeken de oorzaak in een combinatie van factoren. De overvloed aan eikels en beukennootjes vorig jaar lokte herten en zwijnen het bos in, waardoor wolven minder geneigd waren om landbouwdieren aan te vallen. Tegelijkertijd investeren steeds meer veehouders in wolfwerende rasters, vaak met subsidie. Volgens ecologen is het echter te vroeg voor definitieve conclusies. De situatie blijft nauwlettend worden gevolgd.
daling in aantal meldingen
In het eerste kwartaal van 2026 zijn 255 meldingen van wolvenaanvallen op vee binnengekomen bij BIJ12, de organisatie die namens de provincies de afhandeling coördineert [1]. Dit is een significante daling vergeleken met dezelfde periode in 2025, toen 385 meldingen werden geregistreerd [1]. De procentuele daling wordt uitgedrukt als -33.766. Deze afname markeert de eerste keer sinds meerdere jaren dat het aantal meldingen daalt, wat een belangrijke wending lijkt in de langdurige stijging van conflicten tussen wolven en veehouders [2].
langdurige stijging en recente tendensen
De afgelopen jaren liet het aantal wolvenaanvallen op vee een sterke stijgende lijn zien [1]. In 2021 werden nog 104 aanvallen geregistreerd, terwijl dit aantal in 2025 opgelopen was tot 1079 incidenten [1]. De procentuele toename van 2021 naar 2025 bedraagt 937.5, wat een dramatische uitbreiding van het probleem illustreert [1]. De daling in het eerste kwartaal van 2026 breekt nu met deze trend, wat zowel boeren als beleidsmakers aanzet tot voorzichtig optimisme over de bestrijding van het roofdier [3].
mogelijke oorzaken van de daling
Deskundigen wijzen op meerdere factoren die mogelijk bijdragen aan de afname van wolvenaanvallen [1]. Ecoloog Hugh Jansman van Wageningen University benoemt de overvloed aan natuurlijk voedsel als een cruciale factor [1]. De oogst van eikels en beukennootjes was in het voorjaar van 2025 hoger dan gemiddeld, wat herten en zwijnen, de primaire prooidieren van de wolf, in het bos houdt [1]. “Als er in het wild genoeg voedsel beschikbaar is voor de wolf, wijkt deze minder snel uit naar ‘laaghangend fruit’”, verklaart hij [1].
rol van preventieve maatregelen
Parallel hieraan nemen preventieve maatregelen onder veehouders geleidelijk toe, mede dankzij subsidieprogramma’s van diverse provincies [1]. Deze financiële stimulansen maken het mogelijk om te investeren in wolfwerende rasters, een effectieve barrière tegen aanvallen [1]. Martijn Lambregts van Werkgroep Wolf Nederland bevestigt dat steeds meer veehouders gebruikmaken van deze subsidieregelingen [1]. Hij benadrukt echter dat deze toename alleen de daling niet kan verklaren, wat wijst op een gecombineerde werking van factoren [1].
status van de onderzoeken
Van de 255 meldingen in het eerste kwartaal van 2026 is bij 112 gevallen officieel bevestigd dat een wolf verantwoordelijk was [1]. Bij drie meldingen kon dit niet worden vastgesteld [1]. Voor de overige 140 meldingen is het onderzoek nog gaande [1]. Als vergelijking: in de eerste drie maanden van 2025 werden door onderzoekers 370 aanvallen toegeschreven aan de wolf, wat destijds een recordaantal was [1].