hoe €70 miljoen uit Britse goudzaak op Rotterdamse rekening belandde

hoe €70 miljoen uit Britse goudzaak op Rotterdamse rekening belandde

2026-06-22 binnenland

Rotterdam, maandag, 22 juni 2026.
De FIOD trof in juni 2026 circa €70 miljoen aan op een ING-rekening van de Rotterdamse houdster MCL Netherlands. Onderzoekers verbinden het saldo aan Geoffrey Greenlees, die in dossiers van Scotland Yard voorkomt rond de beruchte Brink’s‑Mat‑goudroof van 1983. Die roof leverde destijds circa drie ton goud op. Het Openbaar Ministerie legde MCL in 2024 een strafbeschikking van €70 miljoen op wegens witwassen zonder gronddelict. De zaak bleef twee jaar grotendeels stil. ING had al sinds 2015 vragen over de herkomst van de gelden. De FIOD legde in 2017 beslag op de rekeningen. Een groot deel van het boetebedrag ging naar de Australische belastingdienst. Het OM zegt geen hard bewijs te hebben gevonden dat de gelden direct uit de Brink’s‑Mat-roof stammen. De vondst legt wel een internationaal spoor bloot. Banken, trustkantoren en toezichthouders krijgen nadere vragen over hoe miljoenen ongezien konden doorvloeien.

plaats en vondst

De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst trof in juni 2026 circa €70 miljoen aan op een ING-rekening van de Rotterdamse houdstermaatschappij MCL Netherlands. De vondst gebeurde in Rotterdam en betreft een rekening bij ING waarop jarenlang saldi stonden die onderzoekers nu onderzoeken op mogelijke criminele herkomst [1][2]. Het Openbaar Ministerie bevestigde dat de zaak al langer speelt en dat de bedragen in 2024 onderwerp waren van een strafbeschikking wegens witwassen [1][2].

herleiding naar britse dossiers en greenlees

Onderzoekers brengen het saldo in verband met de naam Geoffrey Greenlees, die voorkomt in dossiers van Scotland Yard rond de beruchte Brink’s‑Mat‑goudroof van november 1983. Die roof leverde destijds circa drie ton goud op, waarna delen van de buit via een netwerk van belastingparadijzen zouden zijn verspreid en omgesmolten [1][2]. Britse onderzoekspapieren en latere datalekken zoals de Panama Papers tonen volgens de berichtgeving verbanden tussen Greenlees en meerdere brievenbusfirma’s [1][2].

juridische stappen en tijdlijn

Het Openbaar Ministerie legde MCL Netherlands in 2024 een strafbeschikking van €70 miljoen op voor ‘witwassen zonder gronddelict’. ING had al sinds 2015 vragen over de herkomst van de gelden; de FIOD legde in 2017 beslag op de rekeningen. De strafbeschikking leidde tot uitkeringen: ongeveer €52,5 miljoen werd overgemaakt aan de Australische belastingdienst, de rest aan de Nederlandse schatkist, volgens het OM en gerechtelijke stukken [1][2].

ontbreken van direct bewijs en openstaande vragen

Het OM zegt dat er geen hard bewijs is gevonden dat de gelden direct uit de Brink’s‑Mat‑roof stammen. De strafbeschikking is gebaseerd op onvoldoende verifieerbare verklaringen van MCL over de herkomst van de gelden, aldus het OM. Waarom de zaak lange tijd niet openbaar werd gemaakt blijft onduidelijk; het OM maakte de maatregel pas bekend na navraag van het Financieele Dagblad [1][2][alert! ‘exacte reden waarom het OM de strafbeschikking twee jaar stilhield is niet vermeld in de bron’].

internationale reikwijdte en toezichtsvraagstukken

De vondst van miljoenen op een Rotterdamse rekening benadrukt de grensoverschrijdende aard van financiële criminaliteit. Onderzoekers richten zich op de rol van trustkantoren, internationale transactieketens en lokale banken. Het OM en de FIOD stellen nadere vragen aan banken en toezichthouders om te bepalen hoe zulke bedragen ongezien konden doorstromen, en de zaak kan leiden tot verdere bevriezingen, strafrechtelijke vervolging en intensievere samenwerking met Britse autoriteiten [1][2].

Bronnen


goudroof witwassen