kamer stemt wet vrij en veilig onderwijs weg: wat nu voor schoolveiligheid?

kamer stemt wet vrij en veilig onderwijs weg: wat nu voor schoolveiligheid?

2026-07-01 binnenland

Den Haag, woensdag, 1 juli 2026.
De Tweede Kamer verwierp op 30 juni 2026 het wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs. Slechts D66, VVD, CDA en 50PLUS stemden voor. Staatssecretaris Judith Tielen noemt het ‘doodzonde’ voor leerlingen en leraren. Zij had nog verzocht de stemming uit te stellen om ingrijpende wijzigingen te bestuderen. Dat verzoek kreeg geen meerderheid. Kritiek richtte zich vooral op uitvoerbaarheid en extra administratieve lasten. Sectorraden zoals PO-raad en VO-raad juichen het wegstemmen toe. Zij vreesden dat verplichte registratie en meldplichten het werk van scholen verstikken zonder veiliger te maken. De Kamer nam wel meerdere niet-bindende moties aan die aandacht vragen voor preventie, slachtofferhulp en borgen van personeelveiligheid. De afwijzing zet het kabinet onder druk om snel alternatieven of een nieuw, werkbaarder voorstel te presenteren. Een nieuw wetsvoorstel kan jaren voorbereiding vragen. Het debat over wie straks verantwoordelijk is voor landelijke standaarden blijft open.

waar speelde de stemming en wat is de uitkomst

De definitieve stemming over de Wet vrij en veilig onderwijs vond plaats in de Tweede Kamer in Den Haag en resulteerde op 30 juni 2026 in verwerving van het wetsvoorstel: de Kamer verwierp het voorstel. Slechts D66, VVD, CDA en oppositiepartij 50PLUS stemden vóór, alle overige fracties stemden tegen of onthielden zich. Staatssecretaris Judith Tielen reageerde scherp en noemde het wegstemmen “doodzonde” voor leerlingen en leraren [1][3][4][5][6].

waarom de Kamer het voorstel verwierp

Kamerleden en sectorpartijen wezen op uitvoerbaarheid en extra administratieve lasten als hoofdargumenten tegen de wet. Kritiek richtte zich vooral op verplichte registratie- en meldplichten en op de vraag of die maatregelen daadwerkelijk zouden leiden tot veiliger onderwijs. De PO-raad en VO-raad stelden dat het wetsvoorstel de regeldruk zou vergroten en dat preventieve maatregelen te weinig aandacht kregen [5][6][1].

het verzoek tot uitstel en de aanleiding

Staatssecretaris Tielen vroeg de Kamer op 30 juni om de stemming aan te houden. Zij wilde tijd om de impact van recente, ingrijpende amendementen op de wet opnieuw te beoordelen. De Kamer verwierp dat uitstel en besloot toch te stemmen. De schriftelijke aanhoudingaanvraag en de toelichting daarop zijn door het ministerie naar de Kamer gestuurd voorafgaand aan de stemming [8][3][1].

gevolgen voor scholen en sectorraden

Sectororganisaties reageerden verdeeld. De PO-raad en VO-raad verwelkomden de afwijzing omdat zij vrezen dat verplichte registratie en meldstructuren scholen zouden belasten zonder bewezen veiligheidswinst. Onderwijsbonden en de AOb noemden het teleurstellend dat verplichte vertrouwenspersonen en aansluiting bij een klachtencommissie niet verplicht blijven. De AOb wijst erop dat Kamermoties om preventie en personeelszorg aan te pakken wél zijn aangenomen, maar deze zijn niet-bindend [5][6][4].

wat dit nu betekent voor beleid en vervolgstappen

De afwijzing zet het kabinet onder druk om alternatieven of een herzien voorstel te presenteren. Tielen waarschuwde dat een nieuw wetsvoorstel jaren voorbereiding kan kosten. De Kamer nam wel meerdere moties aan die het kabinet vragen om aandacht voor preventie, slachtofferhulp en borgen van personeelsveiligheid, maar de uitvoering daarvan blijft afhankelijk van kabinet en departement. De discussie over landelijke standaarden en verantwoordelijkheden blijft daarmee open [3][4][8][1].

Bronnen


veilig onderwijs incidentregistratie