minister moet plan beoordelen na wolvenaanvallen op exmoorpony’s

minister moet plan beoordelen na wolvenaanvallen op exmoorpony’s

2026-07-02 binnenland

Diever, donderdag, 2 juli 2026.
Een rechterlijke uitspraak legt de bal bij minister LVVN nadat wolven pasgeboren veulens van exmoorpony’s in het Drents‑Friese Wold aanvielen. De voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de minister eerst het beschermingsplan van de houder en de resultaten van een inspectie moet beoordelen. De minister stelde eerder vast dat de houder onvoldoende maatregelen had genomen en gaf een waarschuwing met opdracht tot verbetering. Een milieuorganisatie vroeg om direct ingrijpen; die eis wees de rechter af. De uitspraak noemt een opvallend feit: tot nu toe betroffen de aanvallen alleen pasgeboren veulens en er worden naar verwachting dit seizoen geen nieuwe veulens geboren, waardoor de directe risico’s beperkt zijn. De zaak zet het nationale debat over wolvenbeheer, preventie en schadevergoeding opnieuw op scherp. Mogelijke uitkomsten zijn nieuwe richtlijnen of aanpassingen in beleid voor vee in natuurgebieden.

plaats en aanleiding

De zaak speelt zich af in het Drents‑Friese Wold, waar exmoorpony’s van Staatsbosbeheer door wolven zijn aangevallen en pasgeboren veulens het slachtoffer werden. Een milieuorganisatie diende een verzoek in bij de minister van Landbouw, Visserij, Voedselveiligheid en Natuur (LVVN) om direct in te grijpen tegen de houder van de pony’s. De voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) behandelde dat verzoek vandaag en verwees naar lopende beoordeling door de minister en een inspectie ter plaatse [1][2].

rechter legt verantwoordelijkheid bij minister

De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister niet onmiddellijk hoefde in te grijpen. De minister had eerder vastgesteld dat de houder onvoldoende beschermingsmaatregelen had genomen en hem een officiële waarschuwing gegeven met de opdracht een verbeterplan op te stellen. De rechter stelde dat de minister eerst dat plan en de uitkomsten van de inspectie moet beoordelen alvorens tot maatregelen over te gaan, en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af [1][2].

omvang en timing van de dreiging

Het vonnis vermeldt dat de aanvallen tot nu toe alleen pasgeboren veulens betroffen en dat naar verwachting dit seizoen geen nieuwe veulens zullen worden geboren. De rechter noemde daardoor de kans op directe aanvallen op korte termijn klein en vond het gerechtvaardigd de bezwaarprocedure af te wachten. Deze feitelijke constateringen over het soort slachtoffers en het geboorte‑verloop komen voort uit de uitspraak en het bijbehorende persbericht van het CBb [1][2].

brede betekenis voor beleid en veehouders

De uitspraak verschuift de discussie naar het ministerie en heeft implicaties voor veehouders in natuurgebieden. Belangrijke vragen betreffen compensatie van schade, verplichtingen voor preventieve maatregelen en mogelijke ontheffingen voor schadebestrijding. De rechterlijke uitspraak kan aanleiding geven tot nieuwe richtlijnen of aanpassing van landelijke beleidsregels over het houden van kleinvee in gebieden met wolven. Concrete beleidswijzigingen moeten nog blijken uit vervolgacties van het ministerie en mogelijke verdere rechtelijke procedures [1][2].

Bronnen


wolvenaanvallen veehouderij