hooggerechtshof laat $5 miljoen-vonnis tegen trump staan
New York, maandag, 29 juni 2026.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof weigerde op 29 juni 2026 het beroep van president Donald Trump tegen een juryvonnis. Daarmee blijft een civiel vonnis van US$5.000.000 gelden dat Trump seksueel misbruik van journaliste E. Jean Carroll pleegde en haar later lasterde. De rechtbank gaf geen motivering bij de weigering. Eerder bevestigde het 2nd Circuit het oordeel en wees het verzoeken van Trumps advocaten af om ouder bewijs buiten beschouwing te laten. De beslissing maakt het vonnis uitvoerbaar; Carroll kan naar verwachting snel contant geld ontvangen. Trumps juridische team bestempelt de zaak als een politieke aanslag en kondigt verdere juridische stappen aan tegen een apart vonnis van US$83,3 miljoen. Carrolls advocaat ziet het besluit als een definitief einde van Trumps pogingen om verantwoordelijkheid te ontlopen. Juridisch raakt de uitspraak aan grenzen van beroep, bewijs en immuniteit voor een zittend president. Politiek vergroot de zaak de discussie over verantwoordelijkheid van machtige publieke figuren.
land: verenigde staten
Het bericht speelt zich af in de Verenigde Staten. Het Amerikaanse Hooggerechtshof weigerde op 29 juni 2026 het beroep van president Donald Trump tegen een juryvonnis dat hem aansprakelijk stelde voor seksueel misbruik van columniste E. Jean Carroll en voor laster. De rechtbank gaf geen schriftelijke motivering bij de weigering. Door die beslissing blijft het civiele vonnis van US$5.000.000 in stand en kan het uitvoerbaar worden gemaakt volgens berichtgeving van meerdere media [1][2][3].
wat het vonnis bepaalt en zijn oorsprong
Het US$5.000.000-vonnis kwam voort uit een juryuitspraak die vaststelde dat Trump Carroll seksueel heeft misbruikt in een warenhuis in New York in de jaren negentig en haar later heeft gedefamed. Die uitspraak dateert uit het proces dat in 2023 voor de federale rechtbank plaatsvond. Eerder wees het Amerikaanse hof van beroep voor het 2nd Circuit beroep en verzoeken van Trumps advocaten af, waarna Trump naar het Hooggerechtshof stapte en dat hof zijn verzoek op 29 juni 2026 weigerde te behandelen [1][2][3].
procesrechtelijke en bewijsrechtelijke kwesties
Rechters in lagere instanties lieten tijdens het proces bewijs toe dat volgens Trumps advocaten betrekking had op oudere beschuldigingen van decennia geleden, waaronder getuigenissen van andere vrouwen en een opname van 2005. Het 2nd Circuit beoordeelde dat die bewijstoelating geen zodanige fout was dat een nieuw proces nodig zou zijn. Het Hooggerechtshof keerde zich niet tegen die afweging door het beroep niet in behandeling te nemen, waardoor de eerdere procedurale uitspraken effectief blijven staan [1][2][3].
financiële consequenties en vervolgacties
De weigering van het Hooggerechtshof maakt het $5 miljoen-vonnis executoriaal. Media melden dat Carroll relatief snel contant geld kan ontvangen, mede omdat Trump in eerdere fases betalingen heeft gedaan in verband met gerelateerde vonnissen. Trumps juridische team noemde de zaak een politieke aanslag en kondigde verdere juridische stappen aan tegen een apart vonnis van US$83,3 miljoen. Carrolls advocaat noemt de beslissing het einde van Trumps pogingen om verantwoordelijkheid te ontlopen [1][2][3].
politieke en constitutionele implicaties
De zaak raakt aan bredere vragen over de reikwijdte van immuniteit voor een zittend president en over de grenzen van beroep en bewijs in civiele rechtszaken tegen machtige publieke figuren. Juridische experts en betrokken partijen interpreteren de weigering van het Hooggerechtshof als bevestiging dat de gevestigde bewijs- en beroepsregels in lagere rechtbanken, in elk geval hier, zijn toegepast. De uitspraak zal politiek debat aanwakkeren over verantwoordelijkheid van publieke leiders en de positie van slachtoffers in high‑profile zaken [1][2][3][alert! ‘Hooggerechtshof gaf geen motivatie, dus interpretaties van implicaties zijn analytisch en kunnen verschillen.’]