dringende roep om minister voor jeugd en gezin
Den Haag, woensdag, 4 februari 2026.
Steeds meer stemmen in de jeugdzorg sector roepen op voor een minister voor Jeugd en Gezin. Het huidige beleid is versnipperd over meerdere ministeries. Dat werkt inefficiënt. Zorgvakbonden en Jeugdzorg Nederland wijzen op de groeiende druk op gezinnen. Mensen moeten vaak tegelijk zorgen voor kinderen, ouders en werken. Preventie krijgt te weinig aandacht. Investeren in gezinshulp kan veel uithuisplaatsingen voorkomen. Nu worden families pas geholpen als de crisis al is uitgebroken. Een coördinerende minister zou landelijk beleid kunnen voeren. Dat zou de jeugdzorg kunnen entlasten. Ook de Nationale Jeugdraad steunt het plan. Nederland had tussen 2007 en 2010 kort een ministerie voor Jeugd en Gezin. Sindsdien is er geen vergelijkbare koepelfunctie.
roep om centralisatie van jeugdbeleid
Belanghebbenden in de jeugdzorgsector, waaronder zorgvakbonden FNV Zorg en Welzijn, CNV en FBZ, pleiten krachtig voor een minister van Jeugd en Gezin in het aanstaande kabinet [1]. Zij wijzen op de huidige versnippering van jeugdbeleid over meerdere ministeries, wat de effectiviteit belemmert [2]. Deze roep om centralisatie volgt op vastgelopen cao-onderhandelingen in de jeugdzorg en onderstreept de noodzaak van een coördinerende bewindspersoon [3]. Het gebrek aan een samenhangende overheidsvisie wordt gezien als een obstakel voor duurzame verbetering.
preventie boven interventie
Jeugdzorg Nederland benadrukt dat preventie cruciaal is om de druk op het huidige systeem te verminderen [1]. Investeringen in armoedebestrijding, schuldhulp en ggz-ondersteuning voor ouders kunnen gezinnen stabiliseren [2]. Dit verlaagt de noodzaak voor latere interventies zoals uithuisplaatsing [3]. De organisatie stelt dat jeugdzorg zelf geen oplossing is voor alle gezinsproblemen. Landelijke keuzes over zorgaanbod moeten komen, in plaats van lokale verschillen [1].
historische precedenten en internationale modellen
Nederland kende van 2007 tot 2010 een ministerie voor Jeugd en Gezin onder leiding van André Rouvoet van de ChristenUnie [4]. Toenmalig minister Rouvoet probeerde beleid te integreren, maar het ministerie werd opgeheven vanwege onvoldoende verankering [4]. Internationaal biedt Denemarken een voorbeeld met een permanente minister voor Kinderen en Onderwijs, zoals Mattias Tesfaye [4]. Expert Philip Veerman noemt dit een model dat Nederland zou moeten overwegen ter verbetering van kinderrechten [4].
jongerenparticipatie en maatschappelijke druk
De Nationale Jeugdraad heeft het voorstel voor een minister voor Jeugd en Gezin eerder al formeel ingediend tijdens formatiegesprekken [1]. Op social media tonen jongeren en ervaringsdeskundigen frustratie over het huidige systeem [5]. Margot Ende-van den Broek van Het Vergeten Kind overhandigde recent een manifest aan Kamerleden met de boodschap “gezinshulp eerst” [5]. Het aantal uithuisplaatsingen blijft hardnekkig hoog, wat als onverteerbaar wordt ervaren door betrokkenen [5].
politieke stilte en publieke mobilisatie
Informateur Wouter Koolmees noemde in zijn prioriteitenlijst voor het nieuwe kabinet geen expliciete focus op kinderen of jongeren [4]. Kernthema’s waren onder meer het woningtekort, stikstofcrisis en economie [4]. Terwijl politieke partijen als Partij voor de Dieren en 50PLUS bestaan, is er geen even sterke lobby voor kinderrechten [4]. Dit contrasteert met de toenemende mobilisatie vanuit de civiele samenleving, inclusief petities en acties via organisaties als Het Vergeten Kind [5].