dubbel modaal inkomen nodig voor doorsnee koopwoning

dubbel modaal inkomen nodig voor doorsnee koopwoning

2026-03-03 economie

Utrecht, dinsdag, 3 maart 2026.
Huizenkopen is voor de meeste Nederlanders onbereikbaar geworden. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) moet je tegenwoordig minstens 96.000 euro per jaar verdienen om een gemiddelde koopwoning te kunnen betalen. Dat is het dubbele modale inkomen. Voor alleenstaanden is de situatie het zwaarst: zij kunnen amper 2 procent van de beschikbare woningen kopen. De huizenprijzen zijn de afgelopen tien jaar fors gestegen, terwijl inkomens daar niet mee kunnen groeien. Versoepeling van de leennormen wordt afgeraden door DNB en de Autoriteit Financiële Markten omdat dat de prijzen verder opdrijft. Experts wijzen op fiscale voordelen zoals hypotheekrenteaftrek als oorzaak van de stijgende prijzen. Er is dringend beleid nodig om het aanbod uit te breiden en de markt weer toegankelijk te maken.

dubbel modaal inkomen nodig voor doorsnee koopwoning

Huizenkopen is voor de meeste Nederlanders onbereikbaar geworden. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) moet je tegenwoordig minstens 96.000 euro per jaar verdienen om een gemiddelde koopwoning te kunnen betalen. Dat is het dubbele modale inkomen. Voor alleenstaanden is de situatie het zwaarst: zij kunnen amper 2 procent van de beschikbare woningen kopen [1]. De huizenprijzen zijn de afgelopen tien jaar fors gestegen, terwijl inkomens daar niet mee kunnen groeien [2].

huizenprijzen stijgen sneller dan inkomens

De gemiddelde prijs van een koopwoning lag in 2024 op 451.000 euro, tegenover een modaal inkomen van 48.000 euro per jaar [2][3]. Huishoudens met een doorsnee-inkomen komen gemiddeld meer dan 1.000.000 euro tekort bij de financiering van een koopwoning [1]. In 2015 kon zo’n huishouden nog 61% van het woningaanbod kopen, in 2024 was dat gedaald naar 21% [2][3]. In grote steden is de toegankelijkheid nog lager, met slechts 18% van de woningen haalbaar [2][3].

versoepeling leennormen wordt afgeraden

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) adviseren tegen versoepeling van de leennormen [1][3]. Hun argument is dat dit de huizenprijzen en woonlasten verder zou laten stijgen [1]. Hogere leencapaciteit kan leiden tot hogere biedingen en meer schulden bij huishoudens, wat risico’s creëert voor zowel huishoudens als financiële instellingen [3]. De huidige norm sinds 2018 staat maximaal lenen toe voor de taxatieprijs van de woning [3].

fiscale stimulansen drijven prijzen op

Volgens het CPB dragen fiscale voordelen zoals hypotheekrenteaftrek en een laag eigenwoningforfait bij aan de stijging van de woningprijzen [1][3]. “We hebben overheidsbeleid nodig dat het woningaanbod vergroot en fiscale voordelen afbouwt”, aldus Emile Cammeraat, programmaleider bij het CPB [1]. Experten roepen de politiek op meer ambitie te tonen in het aanpakken van deze structurele kwesties [1].

meer woningbouw en innovatieve oplossingen nodig

Het CPB stelt dat het aanbod van woningen moet worden vergroot om de markt te balanceren [1]. Plannen om 100.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen zijn tot dusver niet succesvol gebleken [3]. Alternatieve oplossingen zijn vereenvoudiging van de regels voor woonruimtesplitsing en het bouwen van hogere woontorens, zoals in Kesteren, om ruimteoptimalisering te bevorderen [1][4].

Bronnen


koopwoningen dubbel modaal