filantropie in Nederland slinkt; goede doelen zien inkomstenbasis verschuiven
Nederland, vrijdag, 26 juni 2026.
Filantropisch geven in Nederland staat onder druk. Volgens onderzoek van de Vrije Universiteit daalde de giftenlast van huishoudens naar 0,54% van het bbp in 2024, het laagste niveau in twintig jaar. De verschuiving komt vooral door vergrijzing en ontkerkelijking. De oudere, traditioneel vrijgevige generatie sterft uit. Gelijktijdig geeft generatie Z minder geld. Jongeren kiezen vaker voor vrijwilligerswerk of het geven van tijd. Fondsen merken dat minder mensen worden gevraagd om te doneren; straat- en huis-aan-huiscollectes nemen af. Minder huishoudens en bedrijven doneren, maar de gevers die overblijven geven meer per stuk. Opvallend is dat nalatenschappen toenemen; goede doelen ontvingen minimaal €512 miljoen uit erfenissen. De combinatie van demografische verandering en veranderende fondsenwerving dwingt organisaties tot innovatie in benadering en financiering. De trend roept vragen op over de duurzame inkomstenbasis van maatschappelijke organisaties en hun vermogen om jongere supporters te binden.
filantropie krimpt en speelt landelijk
Het fenomeen speelt zich nationaal af, met sterke signalen vanuit grote steden en kerkgemeenschappen maar ook in kleinere gemeenten. Onderzoek van de Vrije Universiteit toont dat huishoudens in 2024 nog maar 0,54% van het bbp aan liefdadigheid gaven, het laagste niveau in twintig jaar. De presentatie van deze cijfers vond plaats op de Dag van de Filantropie in Amsterdam, waar experts de verschuivingen en gevolgen voor maatschappelijke organisaties bespraken [1][2].
cijfers: minder giften, maar meer nalatenschappen
De totale giftenmarkt bedroeg in 2024 ongeveer €5,49 miljard. Het aandeel van huishoudens zakte naar 0,54% van het bbp, tegen 1,1% twintig jaar eerder. De publicatie meldt tevens dat nalatenschappen minimaal €512 miljoen bedroegen en dat bedrijven naar schatting €1,7 miljard bijdroegen in 2024. De relatieve daling van het huishoudelijk geefpercentage ten opzichte van twintig jaar geleden is -50.909 procentpunt volgens de VU-cijfers en het rapport Geven in Nederland 2026 [1][2].
oorzaken: vergrijzing, ontkerkelijking en generatieverschil
Onderzoekers koppelen de daling vooral aan demografische veranderingen. De oudere, traditioneel vrijgevige generatie raakt uit beeld door vergrijzing en ontkerkelijking. Tegelijk geven jongere generaties, met name generatie Z, minder vaak geld en investeren zij vaker tijd en vrijwilligerswerk in plaats van financiële giften. Deskundigen op de Dag van de Filantropie benadrukten dit patroon als centrale verklaring voor de veranderende inkomstenbasis van goede doelen [1][2].
impact op fondsenwerving en behoefte aan innovatie
Fondsen merken dat minder mensen worden gevraagd om te doneren. Straat- en huis-aan-huiscollectes nemen af. Dit vermindert het bereik van klassieke wervingsmethodes. Tegelijk nemen de bedragen van overgebleven gevers toe, en nalatenschappen groeien. Organisaties staan daardoor voor twee uitdagingen: vervangende inkomstenbronnen vinden en jongere supporters binden via andere vormen van betrokkenheid. Deze kwesties stonden centraal tijdens sessies over geefgedrag en duurzame financiering in Amsterdam [1][2].