kabinet trekt streep door deel van omstreden zzp-wet: wat het betekent voor opdrachtgevers en zelfstandigen

kabinet trekt streep door deel van omstreden zzp-wet: wat het betekent voor opdrachtgevers en zelfstandigen

2026-03-06 economie

Den Haag, vrijdag, 6 maart 2026.
Het kabinet heeft een groot deel van de omstreden Vbar-wet geschrapt om rust te brengen op de zzp-markt. De maatregel verwijdert strenge beoordelingsregels die sinds 1 januari 2025 veel onduidelijkheid veroorzaakten. Tegelijk wordt een ander onderdeel behouden. Zelfstandigen met een uurtarief onder €38 krijgen straks makkelijker toegang tot werknemersrechten bij vermeende schijnzelfstandigheid. In die gevallen draait de bewijslast om. De opdrachtgever moet aantonen dat geen arbeidsovereenkomst bestaat. Lukt dat niet, dan kan er sprake zijn van een dienstverband en moet loon en sociale bescherming volgen. Minister Thierry Aartsen wil met deze koers schakelen naar een nieuwe Zelfstandigenwet die de juridische positie van zzp’ers duidelijker maakt. De stap moet opdrachten en vertrouwen herstellen. Kritiek blijft bestaan over handhaving en de praktische gevolgen voor inhuur in sectoren met veel zzp’ers.

wat heeft het kabinet precies besloten

Het kabinet heeft vrijdag 6 maart 2026 besloten een groot deel van het verduidelijkingsgedeelte van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) te schrappen om rust te brengen op de zzp-markt [1][2]. De maatregel haalt strenge beoordelingsregels weg die sinds volledige handhaving per 1 januari 2025 tot veel onduidelijkheid leidden [1][4]. Het schrappen opent de weg voor een nieuwe wet, de Zelfstandigenwet, die de juridische positie van zelfstandig ondernemers duidelijker moet maken [1][3].

wel vastgesteld: rechtsvermoeden voor lage uurtarieven

Niet alle onderdelen verdwijnen. Het kabinet handhaaft een regeling voor zelfstandigen met een uurtarief onder €38 per uur. Die groep krijgt makkelijker toegang tot werknemersrechten als sprake lijkt van schijnzelfstandigheid [1][3][4]. In zulke gevallen draait de bewijslast om: de inlener of opdrachtgever moet aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is; lukt dat niet, dan volgt loon en sociale bescherming [1][4][6].

wat betekent dit praktisch voor opdrachtgevers

Opdrachtgevers hoeven niet langer aan strenge Vbar-criteria te voldoen die onder meer organiseerinbedding betroffen, maar lopen nog risico bij inhuur onder €38 per uur omdat zij moeten bewijzen dat er geen dienstverband is [6][5]. De aanpassing moet voorkomen dat opdrachtgevers massaal opdrachten schrappen uit angst voor naheffingen en boetes die sinds volledige handhaving in 2025 tot onrust leidden [6][4]. De fiscale handhaving door de Belastingdienst blijft relevant [4].

reacties en kritiek in politiek en sector

Het kabinet profileert de stap als herstel van vertrouwen voor bijna 1,2 miljoen zelfstandigen in Nederland, een vaak genoemd cijfer in berichtgeving over zzp’ers [5][4]. Politieke partijen en belangenorganisaties reageren verdeeld; vakbonden en sommige oppositiepartijen vrezen dat zonder strikte handhaving kwetsbare zzp’ers weinig winnen [8][7]. Critici wijzen ook op praktische problemen bij handhaving en mogelijke terughoudendheid bij inhuur in sectoren met veel zzp’ers [8][2].

hoe verder: tijdpad en onzekerheden

Minister Aartsen wil de koers doorzetten en snel werken aan een Zelfstandigenwet en het rechtsvermoeden voor lage tarieven inbrengen, mogelijk met invoering vanaf 2027, maar dit is afhankelijk van parlementaire behandeling en EU-procedures [1][8][3]. De plannen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer en vragen goedkeuring in Brussel voor bepaalde Europese subsidies [3][1]. [alert! ‘afhankelijk van goedkeuring Tweede en Eerste Kamer en eventuele Europese procedures’]

Bronnen


zzp-wet zelfstandigen