om eist boetes na rode-verf actie tijdens museumnacht: kunst of vandalisme?
Amsterdam, donderdag, 11 juni 2026.
Het Openbaar Ministerie eist een geldboete van 500 euro plus schadevergoedingen tegen twee kunstenaars die tijdens Museumnacht 2023 het Van Gogh Museum hebben beklad met een rode vloeistof. De actie werd opgeëist door Workers for Palestine Netherlands. De vloeistof leek op bloed. Bezoekers raakten ongerust. Meerdere musea, medewerkers en bezoekers deden aangifte. Een museummedewerkster kreeg later PTSS en verliet haar baan. Eén verdachte erkent het bespuiten van ruiten met een mengsel van rode waterverf, cacao en melk. De ander noemt het een performance en ontkent te hebben gespoten. Justitie stelt dat de grens van een vreedzame demonstratie werd overschreden omdat mensen en eigendommen werden geraakt en het museum moest sluiten. De verdediging vraagt vrijspraak en wijst op onduidelijkheden in het bewijs. De rechtbank doet over twee weken uitspraak. De zaak stelt vragen over veiligheid bij culturele evenementen en de juridische grenzen van politieke protesten.
plaats: amsterdam
De zaak heeft plaats in Amsterdam, rond het Museumplein tijdens Museumnacht 2023. De bekladdingen vonden plaats bij het Van Gogh Museum en ook het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum werden geraakt volgens aanklachten. Bezoekers en personeel raakten ongerust door een rode vloeistof die op bloed leek, wat leidde tot meerdere aangiftes en het tijdelijk sluiten van musea die avond [1][2].
eis van het openbaar ministerie
Het Openbaar Ministerie eist voor beide verdachten een geldboete van 500 euro plus schadevergoedingen. Justitie stelt dat de actie de grenzen van een vreedzame demonstratie te buiten ging omdat mensen en eigendommen werden geraakt en het museum moest sluiten. De eis werd op 11 juni 2026 naar voren gebracht in de zitting rond deze zaak [1][2].
wat de verdachten zeggen
Twee kunstenaars staan terecht. Eén verdachte, Maya J., erkent dat zij met een waterpistool ruiten van het Van Gogh Museum heeft bespoten met een mengsel van rode waterverf, cacao en melk. De andere verdachte, Hamza B., noemt zijn optreden een performance en ontkent dat hij met vloeistof op mensen heeft gespoten; hij zegt alleen een toespraak te hebben gehouden. B. ontkent ook dat hij een beveiliger heeft gebeten; verdedigingsadvocaten wezen op onduidelijkheden in het bewijsmateriaal [1][2].
impact op medewerkers en bezoekers
Meerdere bezoekers en medewerkers deden aangifte na de actie. Uit verklaringen blijkt dat getuigen paniek ervoeren omdat de substantie op bloed leek en soms moeilijk uit kleding verdween. Eén museummedewerkster is later gediagnosticeerd met posttraumatische stressstoornis en verliet haar baan, volgens rapportage in verband met de gebeurtenis [2][1].
juridische en veiligheidsvragen
De zaak stelt vragen over de grens tussen politiek protest en het behoud van cultureel erfgoed. Justitie benadrukt dat demonstratierecht niet het beschadigen van eigendom of het bedreigen van bezoekers omvat. Verdediging noemt de actie een vreedzame protestuiting en wijst op bewijsproblemen. De uitkomst, die de rechtbank over twee weken moet geven, kan precedentwerking hebben voor toekomstige protesten tijdens grootschalige culturele evenementen [1][2].