eu-parlement roept op voor nieuwe definitie van verkrachting
Brussel, vrijdag, 24 april 2026.
Het Europees Parlement bereidt zich voor op een historische stap in de bescherming van slachtoffers van seksueel geweld. Op 28 april 2026 houdt het een persconferentie over een wettelijke definitie van verkrachting gebaseerd op toestemming. Rapporteurs Evin Incir en Joanna Scheuring-Wielgus dringen aan op harmonisatie tussen lidstaten. De kern ligt bij het ontbreken van toestemming als rechtvaardiging. Momenteel hanteren landen verschillende definities, wat justitiële gaten creëert. Het initiatief komt na een eerder tekortschieten van de EU in 2024. Spanje’s ‘sólo sí es sí’-wet fungeert als voorbeeld. Er is druk op de Europese Commissie om nu actie te ondernemen.
belgië en nederland volgen europese beweging
België en Nederland nemen geleidelijk stappen richting een toestemmingsgebaseerde benadering van verkrachting. Beide landen zien groeiende druk van mensenrechtenorganisaties om juridisch gelijk te lopen met buurlanden zoals Spanje en Zweden. In België wordt er al jaren gedebatteerd over een modernisering van de strafrechtelijke definitie van verkrachting. Nederland telt meerdere parlementaire initiatieven die een expliciete focus op toestemming eisen [1]. Experten wijzen erop dat nationale wetgeving uiteindelijk moet aansluiten bij mogelijke toekomstige EU-richtlijnen [GPT].
spanjes wet als blauwdruk
Spanjes “sólo sí es sí”-wet uit 2023 fungeert als belangrijk voorbeeld voor andere landen [5]. Deze wet stelt expliciet dat alleen positieve, vrijwillige toestemming geldig is. Zonder duidelijke instemming wordt seksuele handeling beschouwd als misdrijf. Volgens Spaanse minister Ana Redondo bevordert de wet een cultuur van respect en toestemming in emotionele en seksuele relaties [5]. Toch blijft het bewijslastaspect lastig, omdat justitiële instanties moeite hebben om subjectieve toestemming objectief vast te stellen [5].
europese samenwerking onder druk
Het Europees Parlement wil dat de Europese Commissie snel optreedt om een gemeenschappelijke definitie van verkrachting vast te leggen [2]. Dat gebeurt via een initiatiefverslag onder leiding van Evin Incir en Joanna Scheuring-Wielgus [1]. De huidige wetgeving varieert sterk per lidstaat, wat leidt tot ongelijke bescherming van slachtoffers [GPT]. Door de afwezigheid van toestemming als kern te stellen, probeert het Parlement de rechtspraak te harmoniseren en slachtoffers beter te beschermen [1][2].
slachtofferondersteuning centraal
Het verslag benadrukt dat slachtoffers snelle toegang moeten krijgen tot justitie, medische zorg en gespecialiseerde ondersteuning [1]. Juridische hervormingen mogen niet los staan van praktische steunstructuren. De rapporteurs pleiten voor uniforme protocollen in heel Europa, inclusief psychologische hulp en vertegenwoordiging tijdens procesverloop [1][3]. Internationale normen zoals het Verdrag van Istanbul dienen hierbij als leidraad [1][5].
digitale en structurele uitdagingen
Naast fysieke verkrachting benadrukt het Parlement ook het belang van het aanpakken van digitale vormen van seksueel geweld [1]. Denk aan het delen van intiem materiaal zonder toestemming of online intimidatie. Ook schadelijke stereotypen over slachtoffers worden genoemd als obstakel voor rechtvaardigheid [1]. Het Europees Parlement vraagt daarom om educatieve campagnes en juridische training gericht op gendergerelateerd geweld [1][5].